De foto’s zijn redelijk willekeurig geplaatst omdat de datum ervan meestal niet bekend is.
1961
Het was me het kamp “Well”
“Daar is ie” – “Oh nee, toch niet” – “Als we hem te pakken hebben, vermoorden we hem” – “In deze bossen zitten ze meestal” – “Ik vind het zo erg voor hem” – “We moeten het kamp maar opheffen” – “Ik ga naar huis” – “En ik ga uit Leonidas” – “Ik moet ….” – “Ga maar, het is toch donker” – “Ik wil hier weg”- “Ik wil uit dat rot bos”- “Erg voor zin vader en moeder”….. En ondertussen sjokt de hele groep maar verder. Voorop een man met een platte pet. Een marechaussee. Op zijn schouder hangt een …. Ik kan het niet goed zien…… Het is hier ook zo vreselijk donker. Oh, ik zie ’t al: een geweer. “Lichten uit!”. In de verte klinkt het geluid van naderende vliegtuigen. Het ronken komt dichterbij. De groep zit. De jongsten zitten dicht tegen de groten aangedrukt. De vliegtuigen komen over en verdwijnen weer. Het wordt weer stil in het bos. Een blonde, stevig gebouwde kerel heeft de moed om alleen het bos in te gaan. Na een tijdje komt hij terug: “niets”. De kleineren moeten terug. Niemand twijfelt meer. Hij is weg. Hopeloos uit onze omgeving verdwenen.
Wie enigszins in Leonidaskringen bekend is zal onderhand wel vermoeden waar het bovenstaande over gaat. Precies: de kidnapping. Bang, hoogtepunt van het afgelopen kamp, Het eerste Leonidaskamp in Well. Een dorpje rondom een oud kasteel, omgeven door dichte donkere bossen, die de grens vormen met Duitsland. Het dorp ligt vlak langs de weg Venlo-Nijmegen, Daar kwamen we ook vandaan. Anderen kwamen door het Brabantse. Maar we kwamen er. Allemaal. Sinds jaren was zo’n grote groep mensen het dorp niet meer ingetrokken. En wat voor een mensen. Grote mensen – van beiderlei kunne – “Dag dames”. Kleine mensen – ook van beiderlei kunne – “Dag meisjes” en bovendien nog verdeeld in A-, B- en C-aspiranten. Allen gebonden door één naam: “Leonidas” en allemaal één voornemen: “het moet goed worden”. Het is goed geworden. Het was in het begin erg vreemd. Een geheel nieuwe omgeving. Een andere leiding. Het witte huis tussen de sparren was geruild voor een oud kasteel. En wat voor een kasteel. Alle begin is moeilijk zowel voor de leiders als voor ons. Nog meer mensen kregen het moeilijk bij het avondeten: het keukenpersoneel. Na de eerste maaltijd wisten ze dat deze week voor de keuken geen winst op zou leveren. En als dat dan toch moet dan snij je de kaas wat dunner en geef je wat ouder brood. Brood kan je moeilijk verser krijgen, maar kaas wel dikker. Doodeenvoudig: een paar plakken meer nemen!
De andere zondag. Half acht: opstaan. Vreselijk. We gaan eerst onze plichten waarnemen. Wassen – tanden borstelen – aankleden – de H. Mis bijwonen, Een mooie kapel, alleen iets te klein. Onze eigen geestelijk adviseur vroeg in zijn preek al onze aandacht. Hij verdiepte zich in het probleem der schijn-onverschilligheid. Wat ging die man daar diep op in, zeg. ’n Echte diepgraver. Maar wat wil je. De naam doet niets ter zake. Men at die zondag wat minder. Men bad nog minder en men baadde bijna helemaal niet. Honderd stoere jongens. Negentig op de kant. Tien in het water. Direkt na het massale zwemmen begint de voetbalkompetitie. Na het voetballen kwam weer het fietsen. Acht kilometer naar Well en terug. Dinsdags gingen we naar Overloon. Interessant. Wat kan oorlogstuig groot zijn en duur. Gelukkig was er een prima gids, die er wel wat van wist. Ook de militair – ouwe hap – van onze groep wist er wel wat van af.
De woensdag werd besteed om heerlijk naar buiten te kijken waar het zo heerlijk regende. Sinds maandag hadden we ons eigen veld. Alles bij de hand nu. Een kasteel, een voetbalveld en een gracht. Een gracht die uitermate geschikt was om iemand in te gooien. Niet brommen, afdrogen maar. Tussen de regenbuien wordt de voetbalkompetitie afgewerkt. Binnen doet men allerlei spelletjes. De eerwaarde schaakt. En dat in deze tijd. Er wordt al genoeg geschaakt. Een echte ontvoering op donderdagavond. Hoe verrassend werd Jos weggehaald en hoe triomfantelijk kwam hij terug. Op de schouders ging hij. En zijn kameraadjes maar juichen. Wat een ontgoocheling toen het slechts spel bleek te zijn. Geslapen werd er die avond wel. En toen was het alweer vrijdag. Het was alweer bijna gebeurd. Honderd jongens die “oh was ik maar bij moeder thuis gebleven” hadden gezongen moesten de volgende dag alweer naar moeder toe. Een hele lange week weggeweest. De koffers gepakt en we gaan weer. Nee, niet zo maar weglopen. Dat is onbeleefd. Er zijn nog mensen die voor je gezorgd hebben. Geef ze een hand. Bedankt voort alles en tot ziens. Bedankt echtpaar Ploeg en De Jong. Bedankt eerwaarde. Ook het meisje achter de bar. Ze schijnt niet enkele lege flesjes van dit kamp overgehouden te hebben. Bedankt alle andere leiders en tot ziens, tot het volgend jaar.



1963
Terug zijn we niet over Geertruidenberg gegaan. Dat was alleen op de heenweg. Weet U wat dat betekent? Dat betekent dat we tien kilometer langer in ons natte kloffie hebben gereden. Gaf niets hoor, Frans…… trouwens, ze maken jou toch niets want jij kan goed keepen en je bent zo’n vent bovendien! Maar goed, we waren doornat, bekaf en toch nog een beetje vol goede moed. A’s en B’s hadden het kamphuis ontvangklaar gemaakt, iedereen was er: de Leonidas-vakantie kon beginnen.
Het eerste wat je deed, toen je arriveerde, was natuurlijk kijken waar je pitte (tenminste waar ze graag hadden dat je zou pitten). Daarna liep je naar meneer Vossen om kampkleding: broek te lang? Oprollen. Te nauw? Buik intrekken. Te wijd? Polletje gras tussen doen. Te kort? Gauw een ander halen (kun je net denken!). Entree-maaltijd: warm eten. Dat hadden de heren van de keuken uit de kunst versierd. Nog geen enkel jaar is men zo warm ontvangen: leve broeder Germanus en de zijnen …. Balo balo way ……. Enfin, die eerste avond hebbe we maar een beetje aangehobbeld. ’s Nachts idem dito, totdat er een frater (toen nog mijnheer) de B-zaal opstormde met “Schaam je!” Dit was om half vier. Om half zes was iedereen wakker, de leiders waren zojuist ingeslapen….
Alledag begonnen we met de H. Mis. Uiteraard, zou je haast zeggen. De pater van zondag stelde de hele kampweek in het teken van offervaardige sportieve liefde en dank in gehoorzaamheid. En als je de boel eens nagaat, is de week ook in die beide opzichten nog zo gek niet geweest. Iedere morgen na de H. Mis de korveeploegen aan het werk. Slaapzalen, wasgelegenheid annex zitplaatsen, terras- en tafeldiensten. Daarna de bel en zeven fluiten gaan voor het ontbijt. Alles zit, een gebed (koppen dicht, jongelui! Pater: mag ik U verzoeken?) en de slaapschade van de nacht wordt met rente aan eten vergoed. Ondertussen: de indeling der vier ploegen: wit, zwart groen en rood en het voetbalprogram voor vanmorgen …… geen woorden maar daden, leve Leonidas 1, heba beriba ….., falderiaaaa, de bovenlat kapot. En van je hela en van je hola, komt de stoomboot uit Spanje weer aan, zorg dat je erbij komt, bij de pop van speculaas, die heb ik gekregen …….. aan de rand van Rotterdam, dat is Leonidas, de club waar wij voor strijden, spel, goede geest…….. En dit duurt 20 minuten. Dan: groen 1 tegen rood 1.
D’r werd eerlijk gevoetbald, helemaal niet hard, niet fanatiek, er is niet geschaafd, niet gehaakt, niet vastgehouden, geen knietjes, gaan natrappen, niet gepingeld, niks hoor, het is hartstikke sloom geweest …. Kun je net denken! Er zat leven in en vaak net iets te veel bij de groteren (en nogal eens iets te vuil). Nou ja, volgend jaar beter, een heel jaar om het af te leren. Maar die aspiranten en pupillen, dát was voetbal: sportief, talentvol dikwijls en met vuur (geen koud vuur). Natuurlijk hebben de sterksten die kompetitie niet gewonnen. Dat kon ook niet, want hun linksbuiten had al een wedstrijd gespeeld. Eigenlijk had één van die andere ploegen moeten winnen. De één was technisch toch wel het betere team, zowel bij 1 als bij 2. De andere ploeg was het sportiefste én voetbalde goed. De derde club had het beste moreel maar met moreel alléén doe je niet veel. Nou ja, de vierde groep heeft het dan (z)onder protest gewonnen: natuurlijk verdiend, maar op het nippertje. Zo gaat dat nu eenmaal met voetballen.
Maar we hebben meer gedaan dan voetballen alleen: biljarten meneer, de stukken vlogen van de keus af. Krijt zat op neuzen en oren, cola op het laken (maar dát mocht niet). Ping-pong in de B-zaal, balletjes onder de bedden, publiek op de bedden (met één man svp) en gemept dat er is, bij het leven. En Sjors lezen en Donald en Kick Wilstra en Kuifje. Wat deden we meer nog? O ja, dammen en eenentwintigen, hartenjagen en pandoer met de pater. En ’s middags het bos in of een koene duik in het nat. Anderen zaten in de boot, als ze erbij konden komen, of hingen eraan. Eenmaal was er een komplete zeeslag te beleven. Het ging om een boot voor 22 personen. In het bos: vlagveroveren, diefie en zo meer. Sluipend door het zand, door eikenbosjes, klimmen in bomen en vechten (uit het gekkie natuurlijk) in struiken.
Tot het donker was ’s avonds: zoeken naar zaklantaarns of kijken naar een uitdagingswedstrijd of biljarten, limonade drinken. Soms gingen ze om 9 uur ’s avonds nog “koeken”. Er waren dan ook drie ballen het bos in gegaan, zomaar, foetsie ineens (vijf piek voor de vinder). Duisternis, geen regen. Konklusie: bosspel! “Joh, doe die lantaarn uit!” “Hé, niet kraken, je verraait de boel!” “Hé kaffer, licht uit, joh! Zeker bang in het donker?” Dit was de verkeerde manier. Vanzelfsprekend. Zo hadden ze je direkt. Maar er is wat afgeslopen in het donker, er zijn wat spoken en groepen en aanvallers en vlaggen gevangen. Niet allemaal, welnee, want wie greep er ook al weer een boom, terwijl hij dacht dat hij een mannetje pikte …. Tja, zo ging dat.
Zo ging dat, bijna zeven dagen lang, een kamp vol bedrijvigheid. Bedrijvigheid van sport, zingen, zwemmen, van bosspel, korvee en eten en van eikels gooien ’s nachts. Bedrijvigheid van koken (leve de keuken), van leiden (hiep-hiep voor de leiders en subs), van bidden (dank aan de pater), van bezoek en van rondjes en ga zo maar verder. Bedrijvigheid in het Leonidas-kamp met Leonidas-junioren, aspiranten en pupillen, een heerlijke boel, formidabel! Dat doen we volgend jaar nog eens over. En wat het weer betreft: stil s.v.p., dat wordt ieder jaar beter!
Van Oosterhout



1965
Het kamp van dit jaar is geslaagd. Deze paar woorden omvatten het plezier en de pret van ca. 100 jongens en leiders. De voorbereiding voor een kamp begint ieder jaar al in januari. Dan al wordt het programma besproken en wordt er bepaald wat we op de vele ongetwijfeld regenachtige dagen zullen gaan doen. Komplete spelen worden in elkaar gezet om de jongens ook bij slecht weer bezig te houden en wat gebeurt er ….. vanaf de eerste tot de laatste dag schijnt de zon. Uitgerekend die ene week in het jaar. Hup, daar gaan de schema’s de prullenbak in en ze maken plaats voor bosspelen, voetbalwedstrijden e.d.
7 Augustus was de dag waarop de stoet in de richting van Oosterhout vertrok. De “groten” gingen met de fiets, de nog iets groteren met de brommer en de kleintjes in dingen die men normaal auto’s schijnt te noemen maar die nu meer van sardineblikjes weg hadden. Vrij van alle zorgen en bagage trokken de drie groepen in de richting van Ahoy, waar ze rond 4 uur aankwamen. Iedereen zocht als de bliksem zijn eigen bed op met het vaste voornemen er die avond zo laat mogelijk in te kruipen. Dan volgt de eerste fluit voor het avondeten. De meeste jongens kijken een beetje verschrikt, want wat moet het worden met twee “heren” en een broeder in de keuken in plaats van je eigen moeder. Maar als ze het menu zien dan verdwijnt alle schrik en eten ze als paarden, wolven of noem maar een ander beest dat veel eet.
Als het donker genoeg is beginnen de bosspelen, die iedereen leuk zou vinden als het bos maar niet zo groot was. Toen rond 12 uur iedereen weer binnen en moe (tenminste dat dachten de leiders) was, gingen we voor de eerste keer naar een vreemd bed. Nou, naar bed is een beetje te veel gezegd. Het was donker, je lag in bed, maar slapen doe je niet als je zo lekker met eikels (of waren het denneappels?) kan gooien. Toen de laatste dan ook net kramp in zijn arm kreeg, werd de eerste wakker, zodat het de gehele nacht eikels geregend heeft. Het resultaat was dat een tandarts de volgende ochtend met plezier naar de geeuwende jongens zou hebben gekeken. Na de Mis begon het voetbaltournooi met als hoofdprijs een diner bestaande uit kip, patat en ijs dat de overwinnaar mocht aanbieden. Dat groen uiteindelijk op vrijdag het tournooi won, dat moet ook wel als je een leider hebt die ’s avonds bij het avondgebed bidt of groen alsjeblieft kampioen mag worden.
De middagen waren gereserveerd voor een bezoek aan de Warande. Mede door het mooie weer had je vanaf het terras een prachtig gezicht over de zonnebadende vleesmassa. In het koele water had men weer de gelegenheid om op krachten te komen. De meest trouwe bezoekers aan de Warande waren de groten die volgens sommige leiders nog nooit zo aktief waren geweest. Maar ja, je hebt “ze” niet iedere week voor het uitzoeken …….. Anderen vonden het zwemmen niet opwindend genoeg en vielen door ruiten, waarbij de badmeester meer aandacht voor de scherven had dan voor het slachtoffer of vroegen of ze in de speeltuin mochten spelen. Ook dat mocht maar toen het er op aan kwam wilden ze niet meer!
De avonden waren natuurlijk voor de bosspelen. Het beste spel was er toen we geheel onverwachts door spoken overvallen werden. Gelukkig waren de leiders niet zo bang. De avond daarna gingen er echter heel wat jongens minder met het bosspel mee. Het leukste spel was het ballonnetje zoeken. Het allerleukste spel (echter voor de leiders) was het uitdelen van de nachtzoen door een paar dorpsschonen. De aspiranten mochten kiezen tussen een dropje of een zoen. Wat is er toen een drop weggegeven en wat zullen jullie daar later spijt van hebben!!!
Een verslag van het kamp zou zo nog veel meer pagina’s kunnen beslaan. Denken we alleen maar aan het kamplied “Dat is het einde”, aan broeder Benitio die het wereldrecord hardlopen verbeterde, toen hij ’s nachts een egel hoorde, aan de boeren die de strijd met de B-spelers aanbonden, aan de pater die sliep, aan de bruine kleur van vele jongens wat later het zwart van het vuil bleek te zijn en aan de laatste strijdkreet: Balo, Balo, Bah!! Ja dit kamp was het einde of toch weer het begin van het volgende ……!!




1966
Wat een feest was het weer dit jaar, jammer dat het maar een week is. Een week die altijd op zijn best gevierd wordt en omdat het weer lekker meewerkte was er iets van te maken. Zaterdag 6 augustus begon het feest. Om één uur met de “groten” die het Stadion achter zich lieten om onder leiding van de op een brommer gezeten Appie het kamp rond vier uur te bereiken.
Hier aangekomen toog men aan het werk: bedden opmaken, verdraaid moeilijk als je het niet gewend bent; kuilen graven met je handen (voor de doelpalen) en as weghalen van het voetbalveld. Na deze inspannende bezigheden kon men zijn aandacht wijden aan de maaltijden die door broeder kok Germanus en kok Aad bereid werden. Het eten was prima en vele jongens zijn in deze week dan ook een kilo of vijf aangekomen.
Na het avondeten gingen de heren aan de bosspelen beginnen. En aan één ding hadden we de p……: zaklantaarns! Degenen die volgend jaar bij een bosspel een zaklantaarn meenemen, gaan onherroepelijk onder de plomp. Moe door het gerèn legde men zich te ruste. Te ruste? Laat me niet lachen, het feest begon nu pas goed. Pyjama’s die in bomen waren gehangen, moesten worden opgespoord, op scherp gezette bedden weer vastgezet en deuren werden aan elkaar gebonden. ’s Morgens vond men dan van de bewuste deur de deurknop. Naar andermans kamertje lopen was een andere sport.
Toen de groten dan ook net de laatste kaart op tafel hadden geworpen , kwamen de kleintjes alweer uit bed om zich te wassen. Men was nog niet wakker of men werd al aan het werk gezet. Jij, Kees: terras! Piet vandaag de A-zaal en meer van zulke opmerkingen werden door de leiders aan de nog half slapende jongens gepresenteerd.
Na het ontbijt was er iedere morgen de kompetitie, waarbij blauw als overwinnaar uit de bus kwam. Maar het was bij b lauw dan ook wel voetbal onder het motto klits-klats-klanderen in de meest ongunstige betekenis. Met als gevolg dat de leiders en de aanvoerders tot diep in de nacht de taktiek zaten te bespreken.
Verder de middagen. Jongens, wat een feest was dat! Iedere middag werd een bezoek gebracht aan De Warande zodat moeders in paniek hun dochters bij elkaar trommelden om gezamenlijk tegen Leonidas’ oudsten opgewassen te zijn. Wat zijn ze weer aktief geweest, maar ja, daar waren ze te kus(sen) en te keur en dat heb je niet iedere week. Ook werd even het akolietenkollege van RK Deo, versterkt met Leonidasakolieten Aad en Frans opgerold. Er waren er die het water zo lekker vonden dat ze meenden dit de badmeesteres niet te mogen onthouden. Drijfnat toog ze met versterking de kwajongens achterna, tevergeefs echter.
Na het eten volgde meestal eerst een wedstrijdje en dan het bosspel. Het mooiste was toen er twee jongens ontvoerd waren. Wat waren de heren bang en niet alleen de kleintjes, want ook de groten liepen te bibberen. Vooral de politiewagen en die stoere agent deden het bij de meesten.
Ik zou nu wel door kunnen gaan tot ik erbij neerval, want er is nog heel wat te schrijven, denken we maar aan:
Een lied van Tien: Julia was zo mooi en Kreitleins rokje dat tien centimeter boven de knie was
Appie, die vrijdagnacht de B-spelers kostelijk vermaakt heeft
De limonade op de camping die zo lekker was
De paterkes die met de boertjes de strijd aanbonden
Ja, dit kamp was het toch wel weer en met een laatste dankwoord aan de heren leiders: tot volgend jaar!
Een kampeerder



1973
Het kamp misschien al vergeten? Nou, ik niet. Acht weken na het kamp vragen ze of je zo goed wil zijn een verslag te schrijven. Ben er dan maar es effe voor gaan zitten. ’s Zaterdags was het koffertjes brengen en ’s middags op naar het kamphuis. Als laatste vertrok ik van Leonidas. Het was maar goed ook want ze hadden panne, wie is niet belangrijk. Meegenomen naar een benzineboer en het euvel was vlug opgelost. Zij togen op eigen kracht naar het kamphuis. ’s Avonds hadden we de H. Mis. Er kwam een pater uit Oosterhout. In zijn voorwoordje had hij het over het samenzijn, veel geven en nemen vond hij wel zeer belangrijk. Tevens sprak hij over het feest van de komende zondag. Op de vraag van welk feest er nog iets mee te maken had kwam het antwoord: kerstmis. Zondag begon de kompetitie. Het was weer stof (vr)eten. De temperaturen bereikten ook een hoogte van zo’n 30 graden (beter weer dan op mijn vakantie). ’s Middags gingen we met z’n allen naar het zwembad. Daar was het bier best. De leiders konden daar wat van. Een ober had net weer een blad gebracht of er was weer de vraag van “ober, tien bier!” Ik wil helemaal geen namen noemen maar P. Ahs. Kon er wel mee overweg.
Door het gehele kamp zijn er haast geen erge ongelukken gebeurd. Gelukkig maar. Alleen die ene Cas, ja die van In ’t Veld. Hij moest weer ergens tegenaan lopen toen er in het zwembad gegooid werd. Gelukkig voor hem. Kreeg dat zaagsel weer een beetje lucht. De voetbalkompetitie liep beregoed. We lagen met z’n allen bijna aan de kop. Derby County lag bovenaan. Dit veranderde. Donderdagavond: wat er gebeurt! Zowaar een dropping. Tof kamp, hè? Dit werd de uitroep van het kamp. Om half elf vertrok de eerste groep. Deze werd om elf uur gedropt. Wij terug, ja, dat dachten we. Waar moesten we heen? Wij reden en reden en reden nog eens en daarna reden we nog eens en ja hoor daar moesten we heen. Om vijf voor twaalf vertrok de laatste groep. Later dan was verwacht. Om twee uur was de hele handel weer terug. Tof kamp, hè?
Vrijdag was de kompetitie in een zeer belangrijk stadium gekomen. Het was namelijk de laatste dag. Alle teams lagen nog dicht bij elkaar. Er werd gerekend wie de meeste kans had (tof kamp, hè?). Dat was Derby en Liverpool toen de jongsten uit het nest moesten beginnen. Het was de wedstrijd van de week. Derby en Liverpool stonden gelijk en ze speelden daarbij nog tegen elkaar ook. Vlak voor rustr kwam Liverpool op 1-0. Wij door het dolle heen. In de rust nog even een taktische bespreking van: jongens, veel stof maken dan zien ze het doel niet! Het werd steeds spannender. Helaas voor ons kwam Derby naast Liverpool. Eindstand 1-1. Ja, wat nu? Het doelsaldo en het doelgemiddelde werden berekend en daar kwam Liverpool het beste uit (tof kamp, hè?).
De bosspelen waren dit jaar ook uitstekend verzorgd. Onder het eten werd er uit volle borst gezongen tot we schor waren. Zelfs Dhr. Bronmans wilde wel een liedje zingen. Alhoewel het eind van het liedje was dat hij toch maar niet ging zingen. Al met al was het weer een geslaagd kamp. Vanaf deze plaats (m’n bed) wil ik iedereen bedanken. Leiders, ouders die jullie naar Oosterhout en weer terug reden. En natuurlijk niet te vergeten jullie zelf, die het kamp zo gezellig maakten.
Theo Jansen



1974
Zaterdag 29 juni was het dan zover: het Leonidaskamp kwam weer op dreef. De koffers werden gebracht. Dit keer gingen er 3 dames en 103 man mee, waarvan 85 jongens dus ook aan leiders geen gebrek. Wat dacht u van ons “nieuwe” keukenpersoneel? Ze kwamen allebei uit de Lijsterbeslaan en lieten een week lang het huishouden voor wat het was om in het kamp te kunnen helpen. ’s Morgens om 11 uur vertrokken de fietsers en bromfietsers. Eindelijk, na zoveel jaar ging het weer daar de leeftijd weer wat hoger lag. De auto’s met de kleinere jongens vertrokken ’s middags, er waren zelfs auto’s te veel dit keer! Eenmaal in het kamp aangekomen is het zoeken naar je bed niet moeilijk; ’s avonds een H. Mis en daarna een puzzeltocht. Het werd gelijk al een lange tocht. Sommigen konden niet eens van een getekend kaartje lezen. Die kwamen dan ook faliekant verkeerd uit!
De jongsten gingen daarna naar bed. Om 12 uur was het bedtijd voor de B-spelers en de leiders en A-spelers gingen vanzelf wel. Zelf sliep ik op de B-zaal. Voordat mijn ogen dicht gingen was het al half 6. Wat wil je, er was een hele modeshow, kompleet met presentator en schijnwerpers. Dit duurde al de halve nacht. C en A zou jaloers zijn geweest: zoveel pyjama’s hebben ze daar niet in voorraad. Door het late slapen was het zondag moeilijk opstaan natuurlijk. De voetbalkompetitie begon. De landen Duitsland, Brazilië, Nederland en Italië waren dit jaar uitgenodigd. De eerste dag al had een scheidsrechter (niet Ton K.) moeilijkheden om een doelpunt: zat die ja of nee?
Hoewel dit kamp één van de natste aller tijden was heeft dit de sfeer niet kunnen verstoren. Gelukkig konden we ’s middags naar het Nederlands elftal kijken in de WK. Zoals u weet wonnen ze. Dat ze ook op woensdagavond wonnen hebben we hier wel geweten. De ene polonaise na de andere dwars door heel het kamphuis en er werd wat afgezongen. Vervolgens gingen we met de groteren in polonaise naar ’t Aapje maar dat was jammer genoeg gesloten. Dan maar het bos is! Op dinsdag … wat er gebeurde … de zon scheen en ja hoor, voor de hele dag. Kwam dat even mooi uit. Die dag hadden we namelijk een sportmiddag voor de pupillen en een fietspuzzeltocht voor de junioren. Het is een zeer geslaagde tocht geworden. Ook de sportmiddag werd een succes, ondanks het feit dat het programma niet helemaal kon worden afgemaakt.
Nu echter de fietstocht. Om half twee vertrokken de eerste groepen. Ze moesten naar de RK Kerk in Teteringen rijden, alwaar ze R. Reumer aantroffen. Helaas voor hem kon hij niet goed tellen; alle groepen waren geweest en hij maar wachten. Tot er iemand van de kontrole langs kwam en vroeg: waar wacht je nog op? Kop op, Ronald! Vanaf die plaats kregen ze een routebeschrijving mee naar het zwembad Surae en voor onderweg waren er natuurlijk de nodige vragen bij. Bij Surae was een aapje altijd van harte welkom. Daar kregen ze een getekende route mee. Op het kaartje was een stukje afgeplakt zodat ze naar eigen inzicht weer op de goede weg moesten komen. In het dorp (Dongen) moesten ze als opdracht bij een of andere winkelier zoveel mogelijk dingen kopen voor een gulden. Er moest natuurlijk wel een bon bij gevraagd worden. Eén winkelier zag het niet zo zitten en deed het dan ook niet meer. Na deze routebeschrijving werd er gepicknickt (voor de eerste groep om 5 uur). De lunchpakketten met melk werden snel naar binnen gewerkt.
Nu het laatste gedeelte van de rit. Dit werd enigszins een probleem alleen al omdat het donker was. Ze moesten namelijk via nummers het kamp terugvinden. Deze nummers konden overal op staan: op lantaarnpalen, op bospadpaaltjes, het konden huisnummers zijn etc. Een groep kon op een gegeven moment het nummer 81 niet vinden maar wist niet beter dan dat her er moest staan. Jan van P. gehaald en ja hoor, weg was het nummer. Wat wil je ook als een niet al te klein uitgevallen “schoonheid” dit nummer met haar derrière bedekt houdt. Het nummer kreeg dan ook een andere plaats. Na dit punt was de tocht verder niet al te moeilijk meer en kwamen de groepen langzamerhand binnendruppelen. De C-groep van Guus Ham won ten slotte deze puzzeltocht.
De woensdag hebben we al een beetje omschreven dus we gaan gelijk maar naar de donderdag. Deze dag, waar de regen ook niet van gisteren was, viel echter niet in duigen. Een dropping was gepland maar kon door de slechte weersomstandigheden niet doorgaan. De voor de vrijdag bestemde cabaretavond werd nu op deze donderdag gehouden. Er was wat improvisatie nodig maar dit ging Ton Damen zeer goed af. Het werd een zeer geslaagde avond. Ieder land moest iets van de uit dat land stammende folklore naar voren brengen en dit lukte aardig. De kleintjes lieten het er niet bij zitten en brachten aardige stukjes ten gehore. Er werd zelfs ene lied gecomponeerd: “hij is geen hoofdleider, niet eens een echte leider, gewoon een kl….leider etc. Ook het slachtoffer, de heer A.B., kon dit wel waarderen.
Om half elf werd het cabaret voor de groteren voortgezet in de andere zaal. Eén was er zo bijdehand om meteen de deur er maar uit te lopen, maar deze werd ter plekke gerepareerd. Daarna kwam paal 81 aan de beurt, een stukje uit de fietstocht. Dit werd grandioos gespeeld. Zelfs J. de Koning moest er hard om lachen. Verder werd “Betreffende de aanvraag vrouwelijke dienstplicht” naar voren gebracht en werd een enquête over de man in het privaat behandeld. Ik moet wel zeggen dat we allemaal dubbel lagen en Mevr. De Vos viel bijna om. Het was maar goed dat die deur nog een knop had!
Vrijdag was de laatste dag en de voetbalcompetitie naderde dus zijn einde. Kampioen werd tenslotte Brazilië, Nederland werd tweede, West-Duitsland derde en Italië vierde, natuurlijk door het catenaccio. ’s Avonds een geïmproviseerde dropping. De kleintjes werden het eerst gedropt en waren mooi op tijd weer terug. Bij de groteren liep het uit tot drie uur, maar wat gaf dat, ze konden na zaterdag nog lang genoeg uitslapen. Het was al met al weer een grandioos kamp. Bij deze wil ik iedereen: leiders, kok, keukenpersoneel en de jongens bedanken voor het zoveelste geslaagde zomerkamp Ahoy!
Th. Jansen




1975
Zomer ’75 is een ontzettend leuke en voor de kleurenkijkers onder u een fijne week geweest in het eikenhout van Oosterhout. De sfeer op dit kamp was weer van ouds. Het gevloek bij het voetballen, het gehengst op tafels tijdens het eten en het maar blijven o.h. als het licht uit was op de slaapzaal. Er is natuurlijk weer een hele goede kampioen uit de bus gekomen, namelijk FC Avondrood. Het spel van deze ploeg overtrof alle andere, vandaar dat we ook geëindigd zijn met een groot puntenverschil. Iedere avond werden we wéér dat bos ingestuurd op zoek naar dobbelstenen of zelfs naar Jan Terheerdt die toevallig ook in Oosterhout was en het nodig vond om je midden in de nacht op een bospaadje één of ander ontzettend leuk spelletje bij te brengen.
En zo waren er meer van die leuke figuren. Het weer is bepaald geen spelbreker geweest, of ik dat even wilde doorgeven. De cabaretavond is een enorm succes geworden. Dit natuurlijk door de medewerking van talloze wereldfiguren die ik nog ooit zo gek heb zien doen. Er waren er zelfs een paar uit de koffieplantage van Guan van Desh (pakweg 10). Wanneer de kinders uitgerangeerd thuis kwamen dan lag dat niet aan onze kok (een beste man trouwens) maar aan die spruitjes zelf. Het eten namelijk was bijzonder goed en werd opgediend door de allercharmantste zalven van iedere tafel. De tafels werden gedekt door 6 personen uit één elftal. En dan was er weer altijd zo’n figuur die vond dat je het niet goed deed. We hebben hem op de cabaretavond flink in de maling genomen en hij is zelfs op z’n paard (van de schillenboer) over de kop geslagen en in brand gevlogen.
Het is ook dit jaar weer vast komen te staan dat de pupillen slecht kunnen slapen: er stonden er meer op de gang dan in de zaal en ik heb nog nooit zulke moppen gehoord. In de eerste dagen waren ze nog wat baldadig, ze vielen zelfs de (verstandige) A-junioren aan. Denneappels, eikels en meer van dat soort snoepgoed vloog je om de oren. Totdat één van het trio “hoofdleiders” z’n hoofdje om de hoek kwam steken en dan ging al het snoepgoed die kant uit. Ze hadden de jongens dan ook volledig onder de duim.
Ik wilde niet iedereen persoonlijk gaan bedanken voor deze fijne week omdat ik dan zo gauw klaar ben. Daarom een woord van dank aan allen die mee zijn gegaan en ook weer terug!
Een beste brave jongen



1976
Het weer
Weken van tevoren was al de grote vraag: zou het van dat hete, zonnige weer blijven? Onze angst voor een plotselinge overgang met veel regen bleek echter ongegrond. Al was het op sommige momenten wel erg heet, je kunt toch beter zulk weer hebben dan een week met regen.
De fietsers
Een groot gedeelte van de fietsers was met het ook op het hete weer al vroeg vertrokken in plaats van de geplande 12.00 uur. Maar ook de groep die wél om 12.00 uur van start ging kwam in Oosterhout aan. Al ging dat gepaard met de nodige waterstops bij benzinepompen en Dordse huisvrouwen, die wel moesten zwichten voor enkele met wit haar omlijste rode, bezwete hoofdjes. Nadat tijdens het kamp op de dinsdag een trainingsrit van zo’n 50 kilometer was gemaakt, ging de daaropvolgende zaterdag de gehele groep fietsers tegelijk terug. Natuurlijk hadden we per traditie de wind tegen. Omdat we echter een gematigd doch constant tempo reden en bij De Hoop lekker een uurtje aten en uitrustten, kwamen we toch nog redelijk op tijd bij Leonidas aan, alwaar wij de tijdens het kamp gedeeltelijk verbrande kantine konden aanschouwen.
De voetbalcompetitie
Ondanks het ontzettend warme weer, waardoor je vooral in de laatste wedstrijden niet meer vooruit te “branden” was, is er weer verschrikkelijk fanatiek gestreden. Verschillende spelers moesten zelfs van het veld worden gezonden. Ook de kritiek op de scheidsrechters was zoals gewoonlijk lang niet mals. Wat het individuele voetbal betreft maakte de al wat oudere heer met bril het wel het bontst, die in één wedstrijd van de minst gepasseerde keeper meteen werd gebombardeerd tot de meest gepasseerde. We hebben dat dan ook de hele week moeten horen. Al snel bleek dat Manchester United de beste ploegen in het veld bracht, zij het dat Liverpool op korte afstand volgde. De eindstand werd dan ook:
1 Manchester United (trotse winnaar van de SNORKAAL-beker)
2 Liverpool
3 Arsenal
4 The Wolves
Edgar van Veelo, de kleinste terriër, won de trui voor de meest opvallende speler.
De bosspelen
The Wolves verloochenden hun ware aard niet en voelden zich veel beter thuis in het bos dan op het voetbalveld. In elk spel bereikten ze een, al dan niet gedeelde, eerste plaats. De eindstand:
1 The Wolves
2 Manchester United
3 Arsenal
4 Liverpool
Koos en Kees-Jan schotelden ons op de eerste avond een nieuw spel voor. Door middel van tekeningen die op elkaar aansloten moesten we onze weg zien te vinden. Helaas gaat een cursus bij de Famous Arts School voor deze twee heren ons budget te boven. Dit omdat de tekeningen van de groepen niet volkomen gelijk waren. Toch een geinig spel dat zeker een herhaling verdient. Het doolhofspel van Cees en Don bleek voor Peter en zijn groep aan het eind ook een waar doolhof te zijn. We moesten hem dan ook uit het bos vissen. Het traditionele dobbelstenenspel hadden we maar aangepast aan de hete omstandigheden. Het spel werd hierdoor minder leuk dan anders maar volgend jaar kunnen we er weer tegenaan. Theo en Rob “Zalf” hadden met hun spel de meeste pech. Enkele onverlaten vonden het leuk een groot deel van de kaarten weg te halen. Niettemin viel het werken met de brandspuit geweldig in de smaak. Alfons en Robbie (u weet wel: Gilbers) sloten de rij. Hun spel met een hoop posten, waar opdrachten moesten worden vervuld, begon extra vroeg omdat we daarna allemaal een geweldige hoeveelheid soep, haantjes, patat en ijs naar binnen moesten werken. Edwin Godijn won de trui voor de beste bosspeler.
De middagen
De meeste middagen werden wel – het zal u niet verwonderen – in de Warande doorgebracht. Donderdagmiddag kregen we bezoek van de heer P. Lap sr., oud- en erevoorzitter van Leonidas. Hij hield een klein toespraakje waarna hij een rondje en vijf te verloten zilveren tientjes weggaf. Ook Ton Damen en Rob Gilbers lieten zich niet onbetuigd en boden een rondje “rijbewijs” aan. Meneer King Kong wilde niet achterblijven en zorgde voor een derde rondje. De sportmiddag werd dit keer op donderdag gehouden. Ook hier hadden we met het weer rekening gehouden door slechts één loopnummer in het programma op te nemen. Frank Hamers bij C, Michel vd Ven bij D en Ron Klapwijk bij E waren de winnaars. Vrijdagmiddag trokken we het bos in om bingo te spelen. Verschillende jongens gingen met mooie prijzen naar huis (trimtas, voetbaltas, elpees en nog veel meer). Ook een groot succes was het penaltyschieten op Peter vd Heyden. Dit vond steeds vlak voor het avondeten plaats. Peter deed zijn best om elk schot te keren wat door iedereen zeer op prijs werd gesteld. De eerste prijzen gingen hierbij naar: Geert-Jan van Teeffelen bij E, Michel vd Ven bij D en Richard van Rijn bij C.
De fietsenrally (vanaf C)
Dit was in veler ogen het meest geslaagde onderdeel van het kamp. Inderdaad was er door Jan, Cees en Henny een leuk traject uitgezet dat soms over uiterst hobbelige zandpaadjes ging waarop fietsen onmogelijk was. Lopen dus, wat een C-speler het volgende deed uitroepen: “Welke sadisten zijn hier aan het werk geweest?” Ook de nodige breaks droegen bij aan het slagen van deze rally. Twee keer eten onderweg en een ongeveer twee uur durend verblijf in het mooie zwembad Surae, Kleine Alf keek goedkeurend toe hoe een paar junioren in eendrachtige samenwerking zijn lekke band repareerden. Waarna hij de historische woorden sprak: “Goed zo mannen, zo had ik het zelf ook gedaan!” De verschillende groepen maakte onderweg de meest komische dingen mee en ondervonden de hartelijkheid van de Brabantse bevolking. De volgende dag bleek dat de groepen van Rob van Leeuwen en Don de Hoog samen op de eerste plaats waren geëindigd. De groep van Don, bestaande uit Bob de Vos, Rob Pijpers, Alfens Hijzen en Jeroen van Unen, mag binnenkort met de leider een keertje naar de film. De E- en D-spelers hadden die dag een voetrally die door het warme weer niet helemaal kon worden uitgelopen.
Het eten
De eerste dag hebben we nog warm gegeten in de eetzaal maar het was daar helemaal niet om uit te houden. IJlings werd in overleg met de keukenploeg besloten om buiten te gaan eten en om ’s avonds warm te eten in plaats van ’s middags. We hadden dit jaar een nieuwe kok maar het eten was weer uit de kunst. Vooral de laatste avond werd er heel wat weggestouwd. Ook was de bekende Schotse doedelzakspeler Anton Mc. Damen weer van de partij en werd er vooral aan het eind van de week flink gezongen. Bruno Windau, die 2 dagen ziek was, behaalde de laatste prijs, nl. de trui voor de grootste pechvogel.
Tot slot
zouden we graag iedereen willen bedanken die aan het welslagen van dit kamp heeft meegewerkt en vooral de keukenploeg die bestond uit Mw vd Bijl, Mw de Vos, Mw Thijssen, kok Joost en Johnny Moon. Ook alle leiders, chauffeurs, schenkers van prijzen e.d. hartelijk dank. Jan van Paassen verdient het om speciaal vermeld te worden, want die heeft als EHBO’er zijn handen meer dan vol gehad aan al die geblesseerde of zieke jongens en leiders.
Don de Hoog




1977
Het begon al met de fietstocht. Leon kon de lucht maar niet in zijn banden houden zodat we extra veel rustpauzes hadden. Toen we aankwamen stond de soep, bereid door kok Coen, die op het kamp zijn comeback maakte, al klaar. De soep was voortreffelijk evenals al het andere eten gedurende de week. Dat was trouwens best te merken want er was elke dag maar weinig over. Kleine Thijs werd al gauw Holle-Bolle-Gijs genoemd, ongelofelijk: wat kan die eten!
Nieuwkomer Harry Bouman had op zich genomen om ook een bosspel te organiseren, Het werd een spel om nooit te vergeten maar het werd ook door niemand begrepen. Hij moet nu dus maar verder het leven door met de bijnaam Kartego-Harry!
André Suyker had een ongelukje met zijn oog en moest voor controle naar het ziekenhuis. De andere dag floot hij weer een wedstrijd en blijkbaar niet zo best want wij hoorden onder andere de volgende kommentaren: “moest u vandaag niet terugkomen in het ziekenhuis?” en “volgens mij zit er nog een vuiltje in uw oog” en “u zou een goede kans maken voor de Joop Vervoort Trofee”. De scheidsrechters hadden het traditioneel moeilijk te verduren. Niets was er goed. Vooral het kommentaar op de alom bekende “heer” Kokkeler was steeds lang niet mis. Maar ja, het valt ook niet mee om elke wedstrijd weer een paar ballen achter je oren te krijgen vooral niet als een bestuurslid scoort. Gelukkig deed deze dit slechts eenmaal.
Natuurlijk waren ook dit jaar verschillende liederen niet van de poes. Zo werd op Ton Kokkeler het volgende rijmdicht gemaakt: ik ben zo blij, zo blij, dat die Kokkeler bij hun zit, niet bij mij; ik ben zo blij, zo blij, want dat scheelt me heel wat tegengoals er bij!”
Celtic werd kampioen. Vanzelfsprekend lieten zij luidkeels blijken dat zij ook inderdaad de “champions” waren. De andere teams waren het er even vanzelfsprekend niet mee eens en bekritiseerden de scheidsrechters. Peter Janmaat werd algemeen penaltykoning. In de grote finale klopte hij zijn grote rivalen Michel vd Ven, Albert Kokkeler en Jos van Mullem. Een prima prestatie! Die werd trouwens ook geleverd door de beide keepers, de pas 38-jarige André Suyker en de een helft jongere Peter vd Heyden.
De weergoden werkten dit jaar uit de kunst mee. Niet te warm en geen druppel regen. Kortom, het was af. De fietsenrally was ook dit jaar een groot succes. Don de Hoog ramde in grootse stijl de fiets van Kartego-Harry, zodat hun team weer terug naar het kamp moest om een nieuwe fiets te halen, door deze extra krachtsinspanning juist niet meer de eerste plaats bemachtigend. Eerste werd de equipe van dienstplichtig soldaat Leonard de Vos, die natuurlijk zijn enorme ervaring in het kaartlezen nu eens in de praktijk kon brengen. Natuurlijk hadden de heren organisatoren weer een moeilijke, zeg maar zeer sadistische afdeling in het parcours opgenomen (even voorbij de brug).
Ook hebben we twee vriendschappelijk wedstrijden gespeeld tegen camping Het Haasje. De juniorwedstrijd, die in een gelijkspel eindigde, gaf al een aardige indruk hoe campingbewoners spelen. Maar in die wedstrijd liep het nog niet de spuigaten uit. De seniorenwedstrijd was echter van de kant van Het Haasje veel te hard. Zij konden de opgelopen achterstand niet verwerken en begonnen te schoppen. Toen lieten we ze maar winnen.
Op vrijdagavond was het cabaretavond. Hoogtepunt van deze avond was het optreden van André van Duyn, alias Matty Beek, die een grandioze show ten beste gaf. Ook Ton Damen ()ingehuurd) en Rob van Leeuwen lieten leuke dingen zien. Ton Damen was slechts af en toe aanwezig maar was dan ook steeds gelijk de sigaar. “Doedelzak! Doedelzak!” klonk het dan door de zaal. Kees-Jan moest weer zo nodig met een pupillenballetje spelen en moest daarom bijna de gehele week met zijn arm in het verband lopen. Wel kon hij er mooi mee in de houding staan zoals hij in dienst geleerd heeft.
Tenslotte willen wij Mw Thijssen, Mw Jansen, Mw, Lusse, Jan de Koning en Coen Lusse en alle anderen bedanken voor het vele door hun verrichte werk. Hopelijk kunnen we er volgend jaar met dezelfde ploeg weer een grandioos kamp van maken.
Don de Hoog



1979
Na drie voorvergaderingen van hoofdmeneer Th. Holtgrefe en zijn sekondanten c.q. leiders over de verdeling van de taken, werd het 7 juli, de dag van vertrek. Om half negen, de afgesproken tijd, stond Rob met zijn vrachtwagen voor en werd deze in een rekordtijd geladen. Tevens zat daar op zijn vertrouwde plekje van de zon te genieten (wat boft deze man de laatste jaren) de heer Thijssen, die op de hem vertrouwde manier namen aankruiste en labels verstrekte, welke aan de koffers werden bevestigd, dit in verband met de algehele chaos op het kamp. Wij willen hem hiervoor nog hartelijk bedanken, reeds. Cees, Albert en Ed in zijn Feyenoordtrui vertrokken al om half tien. Laatstgenoemde had de dag ervoor een feest gehad, stom natuurlijk met zo’n gestel en dit had dan ook desastreuze gevolgen. Na enkele cols en tussensprints kwam hij de man met de Heineken-hamer tegen en dit bleek Ton Kokkeler te zijn. Uncle Tom nam de fiets van Ed over en eindelijk lagen ze en keer niet achter op het tijdschema. Ed stapte in de bezemwagen van Kees-Jan en vervolgde zo zijn weg naar het kamp. ’s Avonds hadden wij het bosspel van Ed en Albert, geheten éénendertigen. Het spel zat goed in elkaar (hoe is het mogelijk met een Kokkeler erbij!) doch de afstanden waren meer weggelegd voor Jos Hermens.
Na een vermoeiende nacht werd het toch zondagochtend en kon de voetbalkompetitie een aanvang nemen. Cosmos, dat de minste bierdrinkers in huis had maar wel een halve zool als coach (wat een aardige tegenhanger vormde), pakte op zeer vreemde wijze 5 punten. Aztecs skoorde er 4. ’s Avonds weer een bosspel, ditmaal van Jan Reijnders en Kees-Jan de Jong, lintje-bolletje-pijltje. Ter geruststelling van de ouders: er kwamen geen indianen in voor. De zandvlakte die wij geacht werden over te steken was van dusdanige omvang dat een ABN-kleuter er zijn emmertje niet eens mee kon vullen.
Maandagochtend weer voetballen. Ditmaal zaten de weergoden ons tegen en moesten wij het spel onderbreken. ’s Middags werden de gestaakte wedstrijden alsnog gespeeld en tevens werd met de wedstrijden van dinsdag begonnen in verband met het programma van die dag. De fietsenrally voerde ons door Brabants mooie natuur en bracht een warm zonnetje met zich. Op een bepaalde post werd de deelnemers verzocht een kaart naar Jet te sturen (onze trouwe barkeepster in De Gouden Snor). De organisatoren kwamen zeer onder de indruk van de poëtische talenten onder de Leonidasjeugd. We zijn dan ook van plan een boekwerk hiervan uit te geven dat aan alle ouders zal worden toegezonden. Tot werkelijk ieders verrassing werd de groep met Edward Hijzen als leider de uiteindelijke winnaar van de rally. ’s Avonds werd er nog wat gegokt op de onverwachte winnaar (hoe komen ze erbij?) die de volgende dag werd bekendgemaakt. Dit was volgens traditie. PS: maandagavond hadden wij het beruchte en beroemde spel Kartego. Door buitenaardse omstandigheden werd het spel jammerlijk in de soep gegooid.
De D- en E-spelers zijn onder de fietsenrally naar De Efteling gegaan en hebben daar een gezellige dag gehad, evenals de dames. Tevens was er een delegatie van D-spelers, een elftal vormend dat een vriendschappelijke wedstrijd speelde op een camping in Baarle-Nassau, die deze wedstrijd met 7-6 verloren. Oorzaak: drank (wederom ter geruststelling van de ouders: cola!). De woensdag brak aan, de dag waarop Sir Alf een greep deed in de biervoorraad en de stand van de voetbalkompetitie, die daardoor duidelijk van gezicht veranderde. Na het dagelijkse rustuurtje na de warme maaltijd voor D- en E-spelers volgde voor hen ’s middags een bosspel en gingen de A- en B-spelers hun geluk in Baarle-Nassau beproeven. Hier werden de campingfiguren volkomen van het veld gevaagd (5-1) en waarschijnlijk mogen wij niet meer terugkomen.
Woensdagavond was een prestatieloop uitgezet door Hennie Hamers, welke door de A- en B-spelers (niet allen) op abominabele wijze werd afgelegd. Deze jongens moesten hun wandeltempo bezuren doordat Cas in ’t Veld als laatste ANWB-paal de heren 5 kilometer om liet wandelen. Na de loop was er een dropping van middelmatige afstand voor A- en B-spelers welke dan ook spontaan in de verkeerde richting werd begonnen. Hij eindigde om half 5 op het kamphuis behalve voor Dominique die tegen de wedstrijd binnenkwam. Voor de lezer die het nog kan volgen: we zitten nu bij de donderdag. De voetbalkompetitie was inmiddels spannend geworden daar twee ploegen zich duidelijk als kampioenskandidaat aanmeldden, Cosmos en de Aztecs en ook na de wedstrijden van deze dag stonden zij gezamenlijk aan kop. De E-, D- en C-spelers hielden ’s middags hun gebruikelijke sportdag onder zonnige omstandigheden. Dit was voor Ome Jan aanleiding om zijn reclame voor de melkfabriek om te zetten in Spa-rood.
Na het eten begonnen we weer aan een bosspel, speciaal in elkaar gezet om de leiders eens flink te pakken. Onze dokter, die gelukkig niet veel te doen had, wilde zijn bul als arts waarmaken door een dusdanige wijziging in zijn post aan te brengen dat de jongens en hijzelf de hoofdmeneer een nat pak konden bezorgen, dit alles onder grote hilariteit van toekijkende andere ploegen. Hij viel dan ook letterlijk en figuurlijk met zijn kontje (zeg maar kont) in het water. De redaktie stond zeer versteld dat hij nog gewonnen had ook.
Nu zijn we dan toegekomen aan de laatste dag, de vrijdag. De voetbalkompetitie naderde zijn hoogtepunt en door een toevallige loop van omstandigheden was het de laatste wedstrijd die de beslissing moest brengen. Hij ging tussen Aztecs C en Cosmos C en werd goed gefloten en sportief gespeeld. Aztecs won met 2-1 en daardoor was het kampioenschap voor hen definitief een feit. Opvallend was het rustige gedrag van de anders zo wild springende en schor schreeuwende coach van de Cosmos, die zeer teleurgesteld was en een uur niet te spreken was. Vrijdagmiddag werd er voor de E-, D- en C-spelers een bingo gehouden en deze werd door Rob en Don dankzij hun improvisatietalent met garderobenummers tot een goed einde gebracht. Dit moest geschieden daar een of andere idioot die een klap van de bingomolen had gehad deze maar had thuisgelaten.
Het penaltyschieten, dat als een rode draad door het kamp loopt, had als uiteindelijke winnaar de weer wat op adem gekomen Ed van Beuningen. Tijdens het penaltyschieten werden de voorbereidingen getroffen voor de barbecue, die als extra attractie werd ingelast. Langs deze weg willen wij Peter Wolfsen een groot kompliment maken voor de uitstekende wijze waarop hij het inkopen van het vlees, het maken van de gevarieerde sauzen en het aanleggen van het vuur tot stand heeft gebracht. De barbecue zelf was gesplitst in twee delen: eerst de E- en D-spelers en daarna de rest. Het vuur waar steeds het afdruipende vet voor vlammen zorgde, werd vakkundig in het oog gehouden door speciaal daarvoor opgeleide roosteraars en de vrijwillige brandweer van Kamp Ahoy. Er gaan geruchten dat deze heren in januari 1980 voor herhalingsoefeningen worden opgeroepen, daar het blussen af en toe niet helemaal feilloos verliep. Toch was het een groot succes.
Zaterdag, na de gebruikelijke reveille van 7 uur (voor de meesten onder ons een ontstellend, verschrikkelijk, ontzettend erg ogenblik na de barbecue) werd er gesopt, geboend, geveegd en uit de neus gepeuterd, kortom alles zag er weer schoon en piekfijn uit. Na het laatste ontbijt en het klaarmaken van plusminus vijftig lunchpakketten werd de slopende terugtocht begonnen. Velen waren de eerste kilometers in vrolijke stemming, doch in een bepaalde groep veranderde bij bepaalde mensen de stemming daar één der wielrenners Cas in ’t Veld uitmaakte voor “sadist” en vervolgens zijn fiets langs de kant smeet om naar de vissen te kijken, Wij danken deze marktboy voor zijn vriendelijke medewerking.
Tot slot willen wij nog enkele suggesties doen voor volgende kampen:
1 Een knikkerwedstrijd tegen vriendelijke camping-gasten
2 Vooropleiding voor scheidsrechters o.l.v. Sir Alf
3 Afschaffen van bosspel Kartego en daarvoor in de plaats toch maar weer het dobbelstenenspel (ondergetekenden offeren zich dan op om post te zijn, daar niet iedereen kan meedoen)
4 Het uitzetten van een prestatieloop voor het keukenpersoneel die daarmee de koning te rijk zullen zijn
5 Minstens een half uur voor aanvang kamp afbellen toestaan
6 Een speciale aerodynamische fiets voor E.v.B.
7 Het houden van midgetgolf op het voetbalveld o.l.v. Aps Rood
8 Het uitnodigen om mee te gaan, daar we dan geen kaarten meer hoeven te sturen en dan kan Jan ze helpen in de snoeptent waar vader dan zijn dochter bij zich heeft
9 Het inkopen van degelijk blusmateriaal zodat het vuur van de open haard normaal geblust kan worden en Edward niet langer op hete kolen hoeft te zitten
10 Wie niet weg is wordt gezien
11 Het aanschaffen van een waterdicht pak voor de hoofdmeneer
12 Het aanschaffen van een waterdicht pak voor de hoofdmeneer
13 Wij willen u hierbij uitnodigen voor Kamp 1980, wat volgens ons weer ouderwets gezellig wordt.
Rest ons nog enige dingen bekend te maken: de organisatie van de bosspelen was in handen van Hennie Hamers, de fietsenrally was in handen van Aad in ’t Veld, Koos van Lieshout en Don de Hoog, de sportmiddag was in handen van Theo Jansen en Rob van Leeuwen en de voetbalkompetitie en het penaltyschieten in die van Sir Alf. De keukenploeg bestond uit Jan de Koning, Ton Kokkeler, Nans Spijkers, Sophie Schrage, Mirjam van Lieshout en last but not least: Ans de Vos. Als allerlaatste vermelden wij dat onze kok net als vorig jaar Peter Wolfsen was.
Ton Kokkeler en Edward Hijzen



