Bijna 50 jaar Kamp Ahoy
Vanaf het allereerste begin in 1909 kan van Leonidas worden gezegd dat er naast het voetballen heel veel en heel verschillende activiteiten werden georganiseerd. Clubavonden, feesten, reizen, fietstochtjes, cabaret en toneel, oudejaarsvieringen, filmvoorstellingen: hiermee is beslist niet alles genoemd wat de bestuurders in de loop der vele jaren georganiseerd hebben. Lang heeft in Rotterdam de opvatting geheerst dat Leonidas beter was in het organiseren van feesten dan in het voetballen. Een van de populairste, jaarlijks terugkerende evenementen was van 1924 tot 1941 het vakantiekamp in Musis Sacrum te Dongen. Deze geweldige gebeurtenis heeft heel veel jongeren en niet meer zo jongeren (want soms gingen er ook senioren mee) onverslijtbare herinneringen meegegeven. Van alles wat er in Dongen is voorgevallen zou een apart boek kunnen verschijnen omdat heel veel verslagen bewaard zijn gebleven. Door de omstandigheden in de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan deze traditie. Na de oorlog was een hernieuwde kennismaking niet mogelijk omdat dit in de moeilijke naoorlogse jaren financieel niet mogelijk was.
Een nieuw kamphuis
In 1952 kwam er een begin aan een nieuwe traditie maar wel in de geest van de Dongense vakanties. Piet Lap – hij weer – stichtte Kamphuis Ahoy in de bossen van Oosterhout. Voor wie aardrijkskundig wat minder onderlegd is: Oosterhout ligt op slechts enkele kilometers afstand van Dongen! De oproep voor deelnemers aan dat eerste kamp – toen werd het nog vakantie genoemd – had grote gevolgen. Al snel meldden zich zoveel jongens aan dat er subiet een stop moest worden aangekondigd. Reeds in dat eerste jaar is het een begrip geworden voor de jeugd van Leonidas en met een enkele onderbreking (in 1961 ging men niet naar Oosterhout maar naar Kasteel Well te Well in Limburg) is dit fantastische evenement jaarlijks tot plezier van velen georganiseerd. Gedwongen door een combinatie van oorzaken heeft men in het jubileumjaar 1999 moeten besluiten deze unieke traditie te beëindigen. Aan het eind van dit verhaal komen we daar zeker op terug maar laten we eerst maar eens gaan kijken hoe het er in de eerste jaren aan toe ging.
De eerste jaren
Startend bij het Feyenoordstadion ging een lange rij jonge fietsers naar het Brabantse land. Daar aangekomen werd de blauwwitte Leonidasvlag gehesen en ging men in de rij staan voor de speciale kampkleding: een ribfluwelen korte broek en een overhemd, waarbij er wat de maat betreft niet al te nauw werd gekeken. Meer dan in de latere jaren was in die tijd natuurbad de Warande de plek waar het allemaal gebeurde. Behalve dat er gezwommen werd, werd er rugby gespeeld en getennist en natuurlijk werd er veel kattenkwaad uitgehaald waardoor Leonidas al vanaf vroeg in de vijftiger jaren een naam te verdedigen had. Men speelde wedstrijden tegen een Oosterhoutse tegenstander (meestal TSC) en tenniste veel. In het kamp van 1956 was er voor het eerst een onderlinge voetbalcompetitie. Natuurlijk waren er ook bosspelen, werden jongens en leiders ‘gedoopt’ en werd er veel en hartstochtelijk gezongen. Vanwege het Rooms Katholieke karakter van Leonidas werd er elke morgen een Heilige Mis gehouden.
Werden de eerste twee kampen in Kamphuis De Singel gehouden, in 1 954 was het nieuwe Kamphuis Ahoy gereed en vanzelfsprekend zat dit kamphuis dat jaar ook helemaal vol. Bekende namen van organisatoren in de eerste tien jaren zijn onder andere Piet Lap, Fons Lap, Joep Vossen, Wally Laurense en l. Albers. Latere kampleiders waren Ab van den Broek, Tom Wanders en Aad Bronmans. Eerst samen met Jan van Paassen en Theo Jansen en later met een speciaal opgerichte kampcommissie is de vanaf 1974 ondergetekende kampleider geweest. Tussendoor hebben Theo Holtgrefe en Albert Kokkeler allebei twee jaar de scepter gezwaaid. Het is ondoenlijk om in kort bestek weer te geven welk een plezier de kampgangers in al die bijna 50 jaren beleefden.
Eén onderbreking
In 1961 ging Leonidas met een gezelschap van maar liefst 125 man naar Kasteel Well in het Limburgse Well. De reden daarvan was dat volgens de juniorcommissie de animo voor Oosterhout afnam omdat het gebied te bekend zou zijn bij de vele deelnemers die al jaren meegingen. Het hoogtepunt van dit kamp was een sensationele ontvoering die de groep in rep en roer bracht. Dit was mijn eerste kamp en ik kan me die ontvoering nog goed herinneren. Van het overige weet ik weinig meer. Van mijn tweede kamp (in 1962) herinner ik me vooral de heenreis. Samen met mijn vader op de fiets naar het Feyenoordstadion. Een gewone fiets natuurlijk want andere fietsen had je in die tijd nog niet. En van daaruit in een lange rij vol goede moed op weg naar Oosterhout. lk hing al snel achterin. Natuurlijk wind tegen! lk weet niet hoe lang ik het heb volgehouden, maar op een gegeven moment nam de bezemwagen mij liefdevol op. Gelukkig was ik niet de enige! Zo bereikte ik voor de eerste keer Kamphuis Ahoy in Oosterhout.
De cabaretavonden
Over het algemeen kenmerkten de kampen zich door vaste activiteiten die in de loop der jaren wel aangepast werden maar niet wezenlijk veranderden. Deze vaste activiteiten kunnen daarom worden gebruikt om de herinneringen aan Kamp Ahoy enigszins geordend weer te geven. Het cabaret op de vrijdagavond was altijd prachtig. Het was het laatste hoogtepunt van het kamp waaraan de herinnering mede daardoor lang bleef hangen. De vage ideeën in het begin van de week werden – meestal op het laatste moment – gevormd tot hele acts! Diverse vrolijke liederen werden gecomponeerd en massaal uitgevoerd en meestal op de dag erna, wanneer we allemaal weer veilig terug waren, op het Erasmuspad nog even ten gehore gebracht. Het is niet te doen om al die liederen hier te noemen maar het onvergetelijke Vonk en Voeten, die zouden twee jaar naar de bajes moeten op de wijs van het bekende carnavalsnummer ’s nachts na tweeën zal velen die dit lezen onmiddellijk weer tot zingen bewegen. De latere jaren was er soms ook een typetje dat het gehele kamp door na de avondmaaltijd optrad. Wie herinnert zich niet Hans Hollander als Hans Jus d’Orange met de Grote Oren Wedstrijd waarbij iemand een lied moest zingen terwijl hij door de Grote Oren hele andere muziek te horen kreeg? En Serge Bierhuizen die als een echte theaterman het publiek vermaakte met zijn Urbanus-act? Of – weer in wat vroegere jaren – figuren als Opa Buiswater (Rob van Slagmaat) en Kaja Moto (Frans Lauwrier)? Een van de vele hoogtepunten was natuurlijk ook de Paardenrace van Rob van Leeuwen waarin hij als een echte verslaggever de beroemde strijd van diverse koppels versloeg waarin Han Tabbers op Bokma uiteindelijk een fraaie overwinning behaalde.
De bosspelen
De bosspelen hebben in al die jaren een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Zo waren er natuurlijk de ontvoeringen die het kamp al snel verdeelden in “gelovigen” en “niet-gelovigen” maar zelfs degenen die het niet echt geloofden voelden zich toch nooit helemaal op hun gemak. Verder waren er in de eerste helft van de kampjaren vooral de nog niet zo “aangeklede” spelen, wat niet wil zeggen dat ze niet enerverend en spannend waren. Vlagverovertje was natuurlijk een topper, naast de diverse speurtochten. Later kwamen het dobbelstenenspel (wat alleen maar heel veel en heel hard rennen betekende en natuurlijk won de ploeg van Henny Hamers altijd), het dierengeluidenspel, stratego-achtige spelen etc. De spoken ontbraken natuurlijk niet: velen kunnen zich nog herinneren dat ze toch vaak wel een beetje bang waren als weer een of andere leider je de stuipen op het lijf joeg. In de jaren ’80 kwamen de themakampen opzetten waarbij de bosspelen werden gemaakt aan de hand van een thema. Voorbeelden hiervan: de smurfen (zien jullie Paul Ahsman en Jan ter Heerdt nog staan in dat blauwe pakkie met idem muts?) de piraten, science-fiction, etc. De spoken werden vervanger door “jokers” en altijd weer waren er voor het begin van een bosspel jongens die hoopvol aan je vroegen: meneer, zijn er jokers bij?” De bosspelen werden steeds grootser aangepakt en ingewikkelder: het spektakel was niet van de lucht. André de Hoog maakte zijn spelen zo ingewikkeld dat er speciale leidersbijeenkomsten nodig waren om er voor te zorgen dat in ieder geval de leiders begrepen wat nou eigenlijk de bedoeling was. De slotspektakels op de donderdagavond waren van een hoog kaliber. Het eerste slotspektakel werd gevormd door geesten die omhuld door vuur en gekleurde rook met mysterieuze muziek op de achtergrond het leven lieten en het laatste kamp eindigde met een complete show op een brandend piratenschip.
De maaltijden
Altijd weer was er een eigen keukenploeg die de maaltijden verzorgde. Vele koks hebben in die jaren hun sporen verdiend, daarbij geholpen door enthousiaste dames die het ondanks het soms harde werken prima naar hun zin hadden. Dat er systematisch kritiek was op het eten moet worden gezien als een aangeboren eigenschap van kampgangers die nu eens niet zelf konden bepalen wat ze voorgeschoteld kregen. Gingen heel lang tijdens de broodmaaltijden mensen met schalen rond, daarbij “wóóóórst” of “hagelslag” of “kááááás” roepend, in de latere jaren werden de tafels keurig gedekt en kon iedereen zichzelf bedienen, waarbij de keuze van beleg steeds ruimer werd. Het afwassen als strafcorvee verdween omdat de keukendames veel te lief voor de gestrafte jongeren waren.
Het platje
De leiders zaten van oudsher op “het platje”. De jongens mochten daar op straffe van flinke stokslagen niet komen en waren dan ook altijd angstig er op bedacht dat hun voet nog geen millimeter over het randje kwam. Het platje heeft vele gezellige jaren meegemaakt. De leukste momenten waren wanneer de laatste wedstrijd was geweest en er een uurtje pauze was tot het middageten. Onder het genot van een “gele rakker” werd dan de ene mop na de andere geplaatst waarbij diverse aanwezigen flink in de maling werden genomen. Ook op deze plek zijn diverse prachtige liederen ontstaan waaronder de in de laatste jaren beroemd geworden “Kokkeler Medley”
De Warande
De Warande speelde in de eerste jaren een belangrijkere rol dan later. In het begin werd daar veel tijd doorgebracht. Het was nog een echt natuurbad, waar al wel geroeid kon worden. Om het water zelf liep een pad en de leiders die gewoonlijk de hele middag op het terras zaten, waar ze het geheel goed konden overzien, maakten bij toerbeurt een rondje om te zien of alles nog goed liep en of de “versiertrucs” van de diverse apen door de beugel konden. Bij de avondmaaltijd kon je altijd sterke verhalen horen over de veroveringen die hadden plaatsgevonden en de afspraakjes die voor de volgende dag waren gemaakt! In de eerste jaren werd er veel getennist. Van een natuurbad ontwikkelde de Warande zich tot een modern openluchtzwembad en natuurlijk werd het drukker en drukker. In het water waarin vroeger werd gezwommen mocht alleen nog geroeid worden. Het bekende terras werd gesloten en voor de leiders, van wie enkelen nog gewend waren aan de rondjes bier en de lekkere pannenkoeken, bleef er niet veel anders over dan een plekje te zoeken op het overvolle grasveld en bij toerbeurt blikjes bier te kopen. Plek voor partijtjes voetbal of rugby was er niet meer.
De middagactiviteiten
Soms werden de middagactiviteiten georganiseerd in een speciale toernooivorm. Daarbij waren de Olympische Spelen favoriet, compleet met Olympisch Comité en eeuwig brandende vlam, hoewel dat ‘eeuwig’ meestal maar kort duurde. Eens werden er bij de opening een kleine honderd ballonnen met kaartjes losgelaten. Maanden later kregen jongens deze kaartjes nog teruggestuurd: sommige kwamen uit een plaats ver in Duitsland. De sportmiddag ontbrak natuurlijk op geen enkel kamp! De eerste fietsenrally werd georganiseerd in 1974. Deze rally zou uitgroeien tot een activiteit waar velen al maanden tevoren naar uitkeken. In al die jaren is Brabant heel wat keren doorkruist – meerdere keren staken we de grens over naar België – en zijn de meest vreemde opdrachten al of niet volbracht. Er zijn wat paaltjes geteld of spijlen in een hek! Fietsproeven werden afgelegd op zanderige bospaden, vele kilometers werden in de verkeerde richting afgelegd en natuurlijk lag dat altijd aan de organisatoren die weer eens een fout hadden gemaakt. Een van de ergste fouten is de geschiedenis in gegaan als “paginaadje” omdat Aad van der Helm doodleuk een hele pagina niet bij de papieren had gedaan. Totaal verregende rally’s wisselden af met wat minder verregende: in mijn herinnering was het toch wel vaak slecht weer bij deze gelegenheden. Kortom: de fietsenrally was een begrip en de Doelen-tasjes van Ton Kokkeler waren gewilde prijzen: daar kon je mee thuiskomen! Tijdens sommige kampen werd als alternatief voor de kleineren een ‘voetrally’ (dit is een door Leonidas uitgevonden woord) georganiseerd. Hetzelfde idee als een fietsenrally, maar ietsje korter en zeker zo leuk, vooral als men door het centrum van Oosterhout ging. Van de allereerste voetrally herinner ik me nog dat het vooral veel lopen was over lange en moeilijke bospaden.
De voetbalcompetitie
Vanaf 1956 is er elk jaar een onderlinge voetbalcompetitie georganiseerd. Van echt voetbal is daarbij eigenlijk nooit sprake geweest. Dit kwam voornamelijk door het feit dat de ondergrond zich daartoe niet leende. Nogal wat jaren werd er op een veld gespeeld dat bestond uit zand, dat soms bij aankomst op het kamp eerst nog van diverse asresten moest worden verlost omdat vorige bezoekers er een kampvuur op hadden ontstoken. Later kwam er een grasveld beschikbaar, dat echter nooit aan de eisen van een voetbalveld kon voldoen. Deze omstandigheden deden overigens niets af aan het feit dat de voetbalcompetitie een spectaculair onderdeel werd en altijd weer vele emoties losmaakte. Reputaties werden gemaakt en gebroken: goede voetballers brachten er niets van terecht en degenen die normaal door het jaar alle ballen meteen kwijt raakten waren op het kamp niet van de bal te krijgen! In de beginjaren hadden de ploegen kleurnamen en werden dan Rood, Wit, Groen of Geel genoemd. Later kwamen de “echte” namen opzetten. De meest bekende Europese clubs waren natuurlijk favoriet maar ook waren er soms landenteams. Het verhaal van het kampvoetbal is het verhaal van geweldige wedstrijden, veel sfeer, partijdige scheidsrechters, forse overtredingen (wie herinnert zich niet de twee gebroeders Hamers, die elkaar zo’n beetje naar het leven stonden) flinke schaafwonden, enorme scheldpartijen na afloop enzovoort enzovoort. Na afloop van de wedstrijd naar “het platje” hollen om daar de dorst te lessen met limonade! En dan tijdens en na de maaltijden natuurlijk de geweldige zangpartijen waarbij de speciale clubliederen over de tafels galmden.
Het zingen
Nu we bij het zingen zijn aangeland: dat was natuurlijk geweldig. Dat ging over en weer: vier ploegen met hun niet altijd erg originele liederen maar toch! Op de tafels kletterend met lepels en messen, over en weer elkaars strijdkreten overnemend en er voor zorgend dat hun ploeg de andere overstemde was het af en toe een gekkenhuis. En dan was het even stil en moest iemand een liedje zingen. De latere jaren was het de gewoonte om, of iemand nou wel of niet iets zong, hem met een welgemeend “één, twee, drie…,wat een I.. de mond te snoeren en de ouderen net zo goed als de jongeren legden hier al hun energie in. Ook werden er in goede harmonie liederen gezongen, zoals het clublied “Aan de rand van Rotterdam” en liedjes als “Marleentje” ” Hé Selassie trek ‘m aan z’n jassie”, “De berenjacht” en “Het peil dat zakt”. Met dit laatste als refrein werden aan het eind van het kamp alle belevenissen nog eens bezongen. Er is in al die jaren een heel arsenaal aan kampliederen ontstaan, die op sommige bijeenkomsten, wanneer de juiste mensen aanwezig zijn, nog wel eens ten gehore worden gebracht. Er zijn maar weinig voetbalverenigingen die zonder problemen langer dan een paar minuten eigen liederen kunnen laten horen, maar een groep Leonidassers vult met groot gemak meer dan een half uur! Het grootste gedeelte van die liederen stamt uit de rijke historie van Kamp Ahoy.
Het laatste kamp
Kamp Ahoy 1 999 werd het laatste kamp. Dit onheilsbericht kwam bij de nog kleine groep vaste kampgangers hard aan, maar de werkelijkheid moest onder ogen worden gezien. Een groot kamphuis moet tenslotte bevolkt worden door een grote groep jongens en als dit niet meer haalbaar is dan heeft het kamp geen bestaansrecht meer. Voor het gebrek aan belangstelling dat zich in de laatste vier jaar manifesteerde zijn verschillende verklaringen te geven, die onder andere te maken hebben met de samenstelling van de jeugdgroep, de aan verandering onderhevige vereniging en de vele andere recreatiemogelijkheden voor de jongeren waar zij op steeds jongere leeftijd gebruik van maken. Voor de grote groep Leonidassers die Kamp Ahoy nog wel hebben meegemaakt blijven de fantastische herinneringen bewaard die via het lezen van verslagen en het bekijken van foto’s een extra ondersteuning krijgen. Zowel de verslagen als de foto’s zijn op deze website te vinden! Gebaseerd op de juniorenkampen zijn vanaf 1984 ook diverse seniorenkampen georganiseerd (ook wel reüniekampen genoemd). Maar dat is een ander verhaal!
Leonard de Vos