De foto’s zijn redelijk willekeurig geplaatst omdat veelal niet altijd duidelijk is wanneer ze zijn gemaakt.
1952
Zaterdag 23 augustus des avonds om 6 uur werd in de Oosterhoutse bossen aan een enorme vlaggenstok het blauw en wit gehesen, een teken dat het Rotterdamse Leonidas haar bivak hier had opgeslagen. Omstreeks die tijd arriveerde namelijk de bus uit Rotterdam met een twintigtal juniores die door de reeds aangekomen fietsers met veel lawaai werden ontvangen. Vanaf het Feijenoordstadion waren die middag om 2.15 uur de fietsers gestart. Voor sommigen werd het een Tour de France, want al heel gauw maakten enkelen zich los van het grote peloton en reden in een recordtempo naar de Moerdijk. Hier werd gewacht op de rest en op een lichtgroene auto, waarvan de eigenaar gedwongen zou worden een rondje limonade weg te geven. Hier bleef het gelukkig bij. Het afpingelen van rondjes schijnt Leonidas nog in het bloed te zitten, Dit is beslist niet onze zwakste zijde!
De eerste hoogtepunten werden genoteerd op Zondag in het natuurbad “De Warande”. Alles wat niet-Leonidas was werd toen als het ware van het strand geveegd want de donkerblauwe broekjes hadden de strijd opgevat tegen de andere kleuren in een fenomenale rugbywedstrijd onder leiding van een “neutrale” arbiter. Prachtige spelmomenten waren hierbij. Zo zagen we de toch al niet lichte Tempelaars op een gegeven ogenblik het vijandelijke doel bestormen met voor zich nog één klein klipje… maar een heel venijnige. Reeds had ieder het doelpunt geteld toen dat éne kleine klipje zijn scherpe kant liet voelen, want de 10-jarige Paul Vermeulen berekende zijn sprong. Met een ontzaglijke snoekduik werd de aanval geopend op de benen van Tempelaars. En met succes! Als een biervat kantelde de adspirant-eerste-elftaller en tolde vervolgens enkele keren door het zand. Een zeker doelpunt was voorkomen.
Het eten was iedere keer weer even gezellig. Terwijl de dames uit de keuken serveerden werden de strijdliederen van Leonidas “mooi” gebruld, nu en dan begeleid door een concert van borden, messen, vorken, etc. Liederen zoals “o, wat een genot”, “en ze beven” moeten nu en dan tot in Breda te horen zijn geweest. Maar gegeten is er! Cees van Looyen was, geloof ik, de kampioen-eter. In vier dagen tijd at hij maar liefst 100 boterhammen, terwijl hij de aardappelschaal beter ineens had kunnen omkeren wat hij uit pure bescheidenheid natuurlijk niet deed.
Maandag werd het eerste bosspel gespeeld. Theo Kunst vroeg toen ons aller aandacht want hij was het die met zijn lange benen de vlag van de gedasten veroverde na een geslaagde schijnmanoeuvre van zijn medespelers. Nauwelijks een uur later was er weer een nieuwe sensatie: .Leonidas had een rekstok-artiest!! De negenjarige Wimpie Degens deed nl zulke vervaarlijke toeren dat iedereen verbaasd bleef kijken. Zijn salto-mortale was wel hét succesnummer. Terloops zij opgemerkt dat iedere autobezitter zijn wagen goed moet afsluiten want Wimpie kan ook ….. autorijden! Vooral Volkswagens zijn zijn geliefde objecten.
Woensdag begon de vakantiejool al heel vroeg. Langslaper Aad Bloem werd toen van zijn bed gelicht en plompverloren met pyjama en al in een teil met water gezet. Lang leve de lol! Zelfs de leiders moesten er op een gegeven ogenblik aan geloven. Ondergetekende werd bijvoorbeeld in volledig tennistenue er ook ingezet en zo verging het velen. Woensdagavond kwamen twee Leonidas-elftallen in het veld tegen TSC. De ouderen speelden in een aantrekkelijke wedstrijd met 1-1 gelijk terwijl de jongeren met 6-4 verloren. In deze laatste wedstrijd heeft Wil Koop onder de lat hele aardige safes verricht want TSC was veel sterker. Ons lijkt Wil Koop met zijn 13 jaren als keeper wat tenger want hij weegt maar 64 kg. Wil, neem eens een voorbeeld aan Cees van Looyen, dan heet Leonidas over enkele jaren ook een Terlouw maar dan onder de lat. In de morgenuren werd er meestal door een aantal jongens getennist. Op de tennisbanen van de Warande kon men dan tennis zien in al zijn variaties. De strakke lage ballen werden afgewisseld met de hele hoge, terwijl sommigen wedijverden in “wie kan het hardste raggen?” Het gaf allemaal niks. Iedereen die maar zin had kon zijn partijtje meeslaan.
De laatste avond was letterlijk en figuurlijk de klap op de vuurpijl. Toen werd het lont aangestoken van 25 donderbussen, 20 zevenklappers, 20 gillende keukenmeiden, enz. enz. Toeters en papieren mutsen kwamen er zelfs aan te pas. Ja lui, dit was werkelijk een groots afscheid.
Beste vrienden, het Leonidaskamp 1952 is meer dan geslaagd, Het was een uiting van sportiviteit, van gezonde gein en van sprankelende vreugde maar ook een uiting om voor elkaar iets over te hebben. Ik denk hierbij aan het wegbrengen van de fietsen naar Breda door onze oudere junioren. Eén van de Paters Benedictijnen welke ons heeft rondgeleid door kloosters en tuin drukte zich aldus uit: “Het is een beschaafd stelletje, die niet alleen vatbaar zijn voor een partijtje voetbal, maar ook de nodige discipline kunnen opbrengen om de H. Mis met aandacht en ambitie te volgen.”
Ons rest een woord van dank. Allereerst de Heer Piet Lap, die onze vacantie zoo voortreffelijk heeft geleid. Ook de Heer Haanappel, wiens belangstelling voor de junioren nog altijd zeer groot is. En last but not least de Heer Albers, die apart overkwam om Leonidas te filmen. Wellicht zal de Heer Albers deze film binnenkort willen vertonen. Wij willen niet nalaten een phrase aan te halen uit een dankbrief van een vader die, meegesleurd door het enthousiasme van zijn zoon, schreef: “Geen brons, geen zilver maar goud voor Leonidas!”
Ook Ger van Vliet scheen zich geamuseerd te hebben want hij schreef ons:
“Het kamp was moorddadig en eten in overvloed voorradig
Daarom vinden we het heus niet fijn, dat het nu uit is met de gein
En tot lest: in Oosterhout was Leonidas op zijn best!!!”
Alph. Lap

Het eerste kamp in 1952 in Kamphuis De Singel in Oosterhout


1953
Vrijdag 22 augustus. De familie Lap zit in de knel. Hoe moet het morgen? Het regent bakstenen: geen weer om naar Oosterhout te fietsen. Het regent ook telefoontjes van ouders, die begrijpelijk al visioenen zien van jongens, die de Moerdijkbrug overzwemmen met de fiets op hun rug. De H. Clara worden beloften gedaan voor mooi weer en inderdaad, Zaterdag 12 uur kan uit de wolken al een Leonidasbroek gesneden worden. Om over tweeën zijn de fietsers vertrokken. De auto’s zetten weer koers naar de stad zien daar juist de laatste koffers de vrachtwagen binnen hijsen. Tot de nok toe gevuld met koffers en dekens en met als gids Wim Deegen vertrekt ook de gecharterde vrachtwagen. De drie volgwagens zetten dan de achtervolging op de fietsers in. Reeds voor Dordrecht worden de laatsten gepasseerd. Alles gaat goed! Hoe verder we komen hoe meer strijd er geleverd moet worden met de wind. Dat moet slachtoffers kosten. En inderdaad, reserves nemen fietsen over en de heer Kreijns deponeert een behoorlijk aantal fietsen in zijn aanhanger. Wanneer mijnheer Kok binnenkomt met het grote peloton is de hele groep in Oosterhout, op twee grote jongens na. Om zeven uur wordt het de heer Haanappel te gortig en hij koerst naar het dorp, doch vergeefs. Onverrichterzake komt hij terug. Dan vertrekt mijnheer Lap jr met zijn auto naar Breda. En jawel, op de terugtocht, worden de verdwaalden opgepikt. Leonidas is weer in Oosterhout.
Zondag begint weinig hoopgevend. Hans Kester krijgt met zijn broer en neef eigenaardige klimneigingen en moet zijn waaghalzerij duur betalen. Het had erger kunnen zijn. ’s Middags zwemmen we in de Warande. De leiding zit dan op het terras. Wij voelen het dan aankomen: dit kamp moet gezellig worden. Dinsdags beleven we een van de hoogtepunten in het bos. De vlag van de witte partij is veroverd. Wil laat zich niet kennen en hergroepeert zijn troepen. Dan komt hun aanval olv aanvoerder George Diesfeldt. Met wel twintig man bestormen zij de rode veste. Maar daar staat commandant Van Paassen die honderd punten waard is met zijn verdedigers. Als kemphanen staan de partijen tegenover elkaar. Dan horen wij niets meer. Er wordt gevochten om elkaars linten in alle hevigheid. Jan van Paassen duikt vooruit, achteruit, opzij, links en rechts. Steeds meer linten eigent hij zich toe. Daar komt assistentie van de verdediging. Cees van Looyen mengt zich in de strijd. Rood zal de baas blijven. Maar nee. Juist als de verdediging denkt de aanvallers meester te zijn, komt een nieuwe aanval, alleen door jongeren uitgevoerd. Dat is Van Paassen en zijn overgebleven makkers te machtig. In een flits schiet Gerard Termeulen langs Van Paassen en berooft hem van zijn lint. Nu duikt Jan Lap op en overziet als een geboren veldheer het gevechtsterrein en stort zich op de rode vlag. De rode ploeg heeft toch nog verloren! Om vijf uur ligt de hele boel in het water.
Mijnheer Hans Kreijns heeft last van heimwee en het is om deze reden dat onze voorzitter met Pater Woenselaars Woensdag voor half negen in het kamp arriveren. Zoals iedere morgen droeg Pater Woenselaars vandaag voor ons de H. Mis op. ’s Ochtends wordt er getennist en ’s middags in de Warande beleven de heren Hans Kreijns en Piet Bakkers benauwde ogenblikken in een roeiboot. Alles hangt in, om en tegen de boot. Steeds dieper, ja angstig laag ligt de boot in het water. Cees van Looyen brengt redding en voert op zijn rug beide heren door het water naar de vaste wal. Die boot zonk natuurlijk! Daar komt de baas van het zwembad en brult dat die blauwe roeiboot moet terugkomen die op dat moment volkomen door het water is omspoeld. Leonidas blijft donderen. Rugby wordt er gespeeld. Henk Wierks en Piet Asselman blijken taaien te zijn. Met zijn twintigen probeert men die bal te pakken maar ze geven goed krimp. En zo verstrijken de dagen. Vrijdag is Loek Haver jarig. Loek voelt zich die dag aan de leiderstafel best op zijn gemak. “Heren bij heren” overweegt Loek in zijn dankwoord aan zijn collega’s voor de attenties aan hem bewezen.
Vrijdagmiddag houden we een Olympiade. Walter Willems levert een opmerkelijk prestatie. Drie van de vier nummers worden door hem beheerst. 1m60 springt hij hoog. Alleen George Diesfeldt kan hem in dit nummer evenaren. Rob Vermeulen, één van onze jongeren, springt bijna zijn eigen lengte: 1m45. Herman Lutgerink zet in de veldloop zijn tanden op elkaar. Met al zijn energie doet hij in de laatste meters een aanval op Henk Rijnhart die de hele boel 3 km op tempo hield. Herman wordt nummer 1. Frans vd Velden twee en Henk toch nummer 3. Kranige prestatie Frans in die sterke afdeling! Jongens, die Olympiade was verdraaid interessant. Dit sportevenement zal volgend jaar beslist weer op het program staan evenals de voetbalwedstrijd tegen TSC dat dit jaar voor ons in het zand moest bijten. Met kunst- en vliegwerk hielden onze jongens van de “zuigelingenkamer” de stand op 1-1, de herenkamer zorgde voor een 3-2 overwinning. Bravo!
Beste vrienden, Oosterhout behoort alweer tot het verleden. Bruisend van enthousiasme zijn we in Rotterdam gearriveerd. Blijft in deze geest je vereniging steunen en Leonidas zal blijven wat zij is, gezellig, sportief en een prachtig voorbeeld. Als nu het voetballen zelf nog een beetje beter wordt krijgen ze schele ogen. Of zijn die er al?
De uitkijk



1954
Zeven dagen in het Zeven-Lappen-Kamp
“Wat wil je? Drie weken naar Scheveningen of één week naar Oosterhout?” “Oosterhout natuurlijk”, zei Frank.
“Ga je mee met de auto naar Zwitserland, Oostenrijk en Italië?” “Graag”, antwoordde Hans, “als ik maar op tijd terug ben voor het Leonidaskamp”.
“De hele vakantie in onze bungalows bij Dongen?” “Goed, maar als Leonidas in Oosterhout is, zie je ons niet”, was de repliek van Henk, Piet en Ted.
“Een fietstocht door Duitsland, Frankrijk en België?” “Prachtig”. Maar Aad, Cees en Joop fietsten in een lange regennacht van Namen naar Oosterhout om nog een paar dagen kamp mee te maken. Geen plaats meer? “Geen bezwaar, we hebben de tent bij ons”!
We willen ons niet verdiepen in de vraag waarom onze vakantieweek zulk een aantrekkingskracht heeft, maar constateren alleen het feit. Het nieuwe kamphuis Ahoy was dan ook vol, stampvol, hoewel het ruimer was en een tiental bedden meer telde dan het vorige kamphuis. Bijna 10% van de inhoud van het kamp bestond uit Lappen. Mijnheer Piet, gelukkig volkomen hersteld van de ziekte die hem vorig jaar halverwege het kamp dwong om de leiding in andere handen over te geven, was weer geheel de oude of beter gezegd de jonge. Het leek wel of hij al zijn energie voor ons had opgespaard en ik geloof niet ver van de waarheid te zijn als ik beweer dat hij, evenals de andere leiders trouwens, met minstens even groot verlangen naar de 21e augustus heeft uitgezien als onze junioren, zijn 4 zoons inbegrepen. Dat zijn dus 5 Lappen. Neef Phons was de zesde en hij speelde zijn vooraanstaande rol als vanouds. “Een nieuwe fluit moet je gebruiken” was zijn devies. Hij is nu aan het sparen voor een nog betere. Josje Lap maakte het mogelijk om van het Zeven-Lappen-Kamp of afgekort Lapland te kunnen spreken. Hij was de jongste en kleinste van allemaal, ook van de niet-Lappen, maar liet zich allerminst de kaas van het brood snoepen, tenzij om er een ander mee te plezieren.
Eigenlijk is dit laatste het kenmerk van het kamp 1954 geweest, namelijk dat vrijwel allen er op uit waren om het anderen naar de zin te maken en zichzelf desnoods op de achtergrond te stellen. Het best kwam dat tot uiting in de nu eenmaal noodzakelijke corveediensten. Wat hebben de leiders van de ploegen die “de beurt” hadden gezwoegd om er voor te zorgen dat de zalen op hun dag nog schoner en opgeruimder waren dat op de andere dagen. Hoe het met het weer was wilt u weten? Dat is gauw gezegd. Op de laatste dag wist niemand meer dat er twee regendagen waren geweest, want ook die waren omgevlogen dankzij een voetbalpartij van dertig tegen dertig en een fietstocht naar City Lights in Breda. Voor de in reserve gehouden hersengymnastiekwedstrijd is zelfs geen tijd geweest. Ook als het in het bos te nat en in het zwembad te koud was, was er nog voldoende amusement in tafeltennis, biljarten, dammen, kaarten en lectuur, zodat niemand zich ook maar één ogenblik heeft verveeld.
Op de andere dagen konden de zwem-, strand-, tennis-, bal- en bosspelen in volle glorie worden uitgevoerd. Bijzondere opgang maakte het door Fred de Jong uitgevonden spookspel. De eerste keer trok er na het invallen van de duisternis slechts een klein groepje van de jongeren op uit om het kreten uitende en lichtsignalen gevende spook op te sporen. Maar elke volgende avond werd de groep deelnemers groter ondanks het feit dat op een avond de bende alsmaar heen en weer had gerend tussen het echte en een pseudospook. Op vrijdagavond stonden zelfs de biljarten verlaten.
Een trouvaille waren de door mijnheer Piet uitgedeelde bivakmutsen, die straks in groten getale langs de lijn zichtbaar zullen zijn. Sommige jongens waren er zo aan gehecht dat zij ook ’s nachts en onder het bidden hun muts ophielden. Helaas had TSC slechts één elftal beschikbaar voor de traditionele voetbalwedstrijd en dat elftal moest nog door George Diesfeldt worden gecompleteerd. Ons A-elftal won met 2-1. Voor George was het wel sneu dat hij het winnende doelpunt in eigen doel maakte, vooral als men weet dat hij een seizoen lang vergeefs heeft geprobeerd een geldig doelpunt te maken vóór het eindsignaal. De jongeren speelden onder elkaar als profs en amateurs een tweetal wedstrijden. De eerste werd door de amateurs gewonnen, maar de revanche-wedstrijd had meer weg van een match tussen twee prof-ploegen. Rugby-profs dan.
Deze sobere opsomming van de voornaamste gebeurtenissen is niet voldoende om de fijne sfeer die er de gehele week op het kamp heeft geheerst te schetsen. Tot die sfeer hebben de gemoedelijke maar toch treffende 5-minuten-preekjes van Pater Rigter, die de plotseling verhinderde Geestelijk Adviseur verving, ongetwijfeld het hunnen bijgedragen. Tekenend was het dat ruim 80% van de deelnemers dagelijks ter H. Tafel naderden. En wat te zeggen van de gebroeders Goud, die met neef John van Vliet en Han Sparnaay hun zwempartij lieten lopen om van de overgebleven stenen een devoot Maria-kapelletje te bouwen.`
De leiders hebben het heel gemakkelijk gehad zolang ze tenminste niet onder elkaar aan de gang waren. ’s Avonds daalde de rust het laatste neer in de leiderskamer, maar dat was een gevolg van herrie op de grote slaapzaal. De luchtbedden van Fred de Jong en Loek Haver liepen nu eenmaal vlugger leeg dan ze konden worden opgeblazen. Op een avond werd de oudste leider tot allerminst hoge lijder gedegradeerd en andermaal kon Harry van Soest alleen met enkele welgekozen woorden en ten koste van een deurruitje zijn nachtkleding droog houden. Een resultaat waar andere langslapers niet op konden bogen, blijkbaar omdat ze niet over een dergelijke woordenschat beschikten.
Het hijsen van de vlaggen van Nederlands Kamphuis en Leonidas in de goede volgorde had nogal wat voeten in de aarde. Wanneer Harry van de Berg niet met groot flair de Gordiaanse knoop had doorgehakt zou hij nu nog in de touwen verward zitten. Wat het eten betreft is het ons een raadsel hoe voor een zo lage prijs een zo grote hoeveelheid voedsel van zulke kwaliteit zo goed klaargemaakt kon worden. De dozen bonbons voor de keukendames van wie Nel tot verontwaardiging van allen nog haast was vergeten, brachten de dank voor het gebodene tot uiting. Voor de leiders hadden de jongens zelf voor surprises gezorgd, evenals voor Mevr. Lap die, hoewel op de achtergrond, toch zoveel voor het welslagen van het kamp had bijgedragen.
Zo zijn de zeven dagen in Kamphuis Ahoy in Oosterhout als een baaierd van vakantievreugde over ons heen gegaan. Veel te vlug was het weer zaterdag en werd na het strijken van de Leonidasvlag het vertreksein gegeven. Van begin tot het eind is het een en al plezier geweest en de roep die van de vorige kampweken is uitgegaan is nog verre overtroffen. “De steeds jong blijvende en jong houdende vereniging Leonidas” heeft Dhr Kuypers sr., Directeur van de Maasbode, jaren geleden eens gezegd. Hoe komt de waarheid van deze uitspraak beter naar voren dan in ons kamp, waarin we de zonen zagen van hen die eens als junioren met Leonidas naar Dongen gingen en dezelfde leiders als toen met een nog even jeugdig hart. Welk een voorrecht om lid te mogen zijn van een vereniging die op zulk een wijze haar leden onder elkaar en aan zichzelf weet te binden door vriendschapsbanden die tot in lengte van jaren zullen blijven bestaan!
EL ADONIS



1955
Een interview met enige deelnemers van ons ruim honderdkoppige Leonidaskamp zal ieder doen blijken welk een fantastische vacantie allen hebben genoten.
Met een humeur even zonnig als het weer startten op zaterdag 20 augustus ongeveer 80 man vanaf het Feyenoordstadion, nagewuifd door vele belangstellende en misschien ietwat bezorgde ouders. De meeste groten waren ’s morgens al gestart.
Vanuit mijn volgeladen wagen heb ik de fietsers op de voet gevolgd en ….. met plezier, want nooit werd er orderlijker gereden dan nu. Een gesloten peloton met voorop de tempo aangevende Wil Koop en mijn uitstekend dirigerende collega Vossen, en aan de staart enkele oudere junioren die olv Dhr van Soest pechrijders en jongens die het peloton niet konden volgen naar veilige haven escorteerden.
Die veilige haven was Oosterhout en wanneer je na afloop van zo’n kampweek de belangstellenden van ons Leonidas en speciaal de geïnteresseerden voor onze leuke en talrijke Leonidasjeugd je belevenissen vertelt dan pas realiseer je het eerst goed wat een enorm fascinerende indruk dit uitgaan op je heeft gemaakt.
En wat de jongens betreft: voor hen die over een klein beetje aanpassingsvermogen beschikken zijn deze vacanties de mooiste en door geen andere te vervangen.
Ook zij beseffen dat, vooral wanneer ze wat ouder zijn, getuige de verzoeken van hedendaagse senioren die volgend jaar ook meewillen.
Er waren hoogtepunten in ons kamp. Ik denk aan het bosspel van een 40-tal jongens (naar ik meen op dinsdagmiddag). Met glunderende gezichten kwamen zij na afloop het zwembad binnen. Maandagmiddag in de Warande waar allen, de leiders incluis, het water hadden opgezocht. En wat ging men daar tekeer in dat ondiepe bad. Het was voor onze boys een unieke gelegenheid om op een sportieve wijze hun leiders met zes, zeven man tegelijk op de nek te springen. Zelfs de pater kreeg de volle laag en juist dit feit moest voor deze sympathieke Benedictijn toch wel een bewijs zijn dat hij in twee dagen tijds door de jongens volledig als vriend geaccepteerd was.
In het diepe bad bevonden zich de geoefenden; prima zwemmers zagen wij onder onze jeugd. Als jonge honden en onvermoeibaar doken zij in het water en vooral als er een bal aan te pas kwam wedijverden zij met elkaar in de raarste sprongen.
Een hoogtepunt was de wedstrijd van ons bijna voltallige C1 tegen een veel ouder Dongens elftal. Nimmer zag ik van dit elftal een betere wedstrijd. Elke speler begreep dat hij tegen deze zware jongens de bal niet bij zich moest houden. Dit was teamwork, van man tot man werd de bal geplaatst en geen moment langer dan noodzakelijk behield men het leder. Aks jullie dat nu eens iedere wedstrijd deden! Het werd uiteindelijk een pijnlijke 3-2 nederlaag voor deze Dongense jongens.
De Olympische Spelen, vooral de slotphase op Vrijdagmorgen was bijzonder interessant en boeiend. Speciaal voor het nummer sprinten bestond erg veel belangstelling.
En over hoogtepunten gesproken: kunnen de talrijke gasten die hun jongens kwamen opzoeken niet getuigen van de enorme sfeer na de maaltijden wanneer men, na de maag te hebben goed gedaan, overging tot het zingen van de talrijke Leonidas-liederen? Dit waren waarachtig onvergetelijke momenten.
Zeer bijzonder trof ons de wijze waarop allen de H. Mis des morgens volgden. Niettegenstaande dit gezelschap groter was dan ooit was de aandacht beter nog dan voorgaande jaren. Ook het aantal communicanten was iedere dag verheugend en dat geeft ons toch wel het vertrouwen dat in de nieuwe Leonidas-generatie een degelijke Katholieke grondslag overwegend is en vele junioren een goede afspiegeling vormden van het gezin waaruit zij komen.
Zo laat je bij het maken van dit verslag dat gehele Leonidaskamp de revue nog eens passeren en heb dan plezier in die grote junioren die de leiders uitdagen een wedstrijd tegen hen te spelen, met rugnummers het veld opkomen en dan een beschamende zes of zeven – twee nederlaag krijgen te slikken.
Ik denk voorts aan de bijnamen die sommigen droegen. Wil Koop was “Akim”. Dit schijnt een of andere filmheld te zijn. Jantje Roovers, een ontdekte keeper, was ineens Pieters Graafland (schrijf ik dit goed?) en dan de tweede zoon van ons lid de heer Jan Sparnaay, die een sprekende gelijkenis moet tonen met Churchill. En waar kwam ineens die jel “gummikikker” vandaan?
Ach, ik geef wat indrukken van het kamp zoals mij die te binnen schieten en dan zie ik alle jongeren naar bed gaan met het traditionele “nachtpoessie”. Een ontzettend drukken nering is er dan op en om de bedden, maar een half uur later is het stil. Veel kans om herrie te schoppen was er nooit bij en dat is maar goed ook. En als wij, leiders. Naar bed gaan dan maken we onze rondgang en controleren bed voor bed en tillen zonodig degenen op die op in plaats van onder de dekens liggen. De nachten zijn koud en we voelen er weinig voor om zieken in het kamp te krijgen. De meesten worden niet eens wakker, sommigen wel, lachen eens een beetje slaperig en zinken dan weer weg in het land der dromen, misschien nog indachtig een zeer persoonlijke tip.
’s Morgens word je wakker (overal klinkt “goeiemorgen”) van een draagbare radio die een moeder in een goedgeefse bui aan haar 13-jarige lieveling voor deze week heeft uitgeleend. Of je schrikt wakker van een knaap die bovenop zijn 3e etage met mond, armen en benen een boeiend verslag geeft van Louis Armstrong die zo fenomenaal kan knokken of een radioverslag van de intocht van de Tour de France in Parijs over de Vlaamse zender. Dit is iets voor de wakker gewordenen. Ze lachen niet, nee, ze brullen!
En wat te denken van het beruchte avondspel waar lantaarns als zoeklichten de hei omschijnen en elke werkelijk misdadige rover de angst om het hart moet slaan bij het zien van zoveel machtsvertoon. Niemand van onze jongens is bang, niemand, trouwens dat zingen ze ook, maar als leider tuimel je bijna bij elke voetstap over een knaap die zich iets veiliger voelt wanneer hij zich in de buurt van zijn leider bevindt.
Zo gaan de dagen voorbij en Donderdag hoop je al dat die Zaterdag nog maar wat wegblijft. Die Zaterdag komt en als Herman Lutgerink dan de inleiding maakt van een serie speeches en zijn dankwoord aan de leiding kracht bijzet met dozen sigaren en sigaretten en als dan bovendien om 12 uur de fietsers naar Rotterdam starten en wagen voor wagen jongens komen halen, dan heb je op zijn zachtst uitgedrukt razend spijt, maar ben je bovendien O.L. Heer dankbaar dat deze week zo prachtig is geweest en er geen ernstige ongelukken zijn gebeurd. Of het moet onze vriend Jackie van der Woerd zijn die in de speeltuin met zijn arm ongelukkig kwam te v allen maar gelukkig helemaal geen pijn heeft gehad.
Weer was het een prachtige vacantie, weer werden er nieuwe vriendschapsbanden aangeknoopt en nogmaals breng ik hulde aan hen die dit bruisende, tintelende Leonidaskamp hielpen doen slagen.
Er zijn onder onze junioren jongens die bij ons een enorm respect hebben afgedwongen. Niet allen helaas maar velen die voor alles klaar stonden, overal hielpen, nooit iets te veel was en anderen Altijd hielpen. Ik wil voor wat de junioren betreft hier geen namen noemen, dat is te veel, maar in het kamp mocht ik het reeds memoreren dat wij in de semi-leiders Loek Haver en Aad Jacobs en niet te vergeten mijn eigen neef Leo(nidas) Lap reuze steun hebben gehad. En mag ik in dit laatste dankwoordje over Oosterhout 1955 ook mijn collega’s betrekken?
Wally, ziekenbroeder van zaal zeven, die de ééndagjes zieken e.a. tot ion de grond toe verwende met allerlei lekkernijen die in het kamp te vinden waren. Joep: joh, wat heb jij gesjouwd en wat zullen die knapen op hun bedden nog lang je waken herinneren. Harry, het rekenwonder na de Olympische Spelen. Fred, die met de groten het hele kamp op poten heeft gezet. Pierre, wiens assistentie op medisch gebied ook dit jaar weer onontbeerlijk bleek. Jo, die de Olympische Spelen voorbereidde en zo’n enorm ontzag had ook bij de oudere junioren vanwege zijn indrukwekkende verschijning en last but not least U, Mijnheer Lap, die Uzelf het “bloemstuk” noemde, maar die op één van de allerbelangrijkste punten in ons Leonidaskamp, namelijk het leiden van de H. Missen, onvervangbaar is en blijft. U wenste geen attentie van ons leiders na afloop van deze kampweek, maar laat dit dan de grootste waardering zijn dat U heel velen juist door Uw leiding tijdens de H. Mis iets hebt meegegeven wat ook zijn waarde heeft na het kamp.
Eindigen wil ik met een woord van hartelijke dank aan Pater Nistelrooy OSB. Uw bijzijn is van enorme waarde geweest en niet gaarne had ik Uw aanwezigheid willen missen. Stiekemweg praatte U eens met de één en ander en wie zal de waarde van deze onderonsjes kunnen peilen? U was een mede-leider, daar hadden wij bij het begin van ons kamp niet op gerekend, maar daarom des te meer gewaardeerd. U stoeide en zwom, U trok mee met de bosspelen, U damde met hen die U vroeg, kortom U stond klaar voor alles. En als dan na het kamp één van die echte Leonidasjongens mij een brief van U laten lezen waarin U schrijft dat U daarna nog een kamp hebt meegemaakt maar het heengaan van Leonidas helemaal niet kan vergeten, dan bekruipt ons een gevoel van tevredenheid, dat een neutrale waarnemer die tot voor kort misschien nog nooit van Leonidas had gehoord, zo ons kamp beoordeelt.
Er zijn in ons land duizenden voetbalverenigingen en vele die ogenschijnlijk vanwege een hogere klassering leuker lijken, maar als je dan thuis komt van zo’n Leonidasfestijn als deze kampweek en nogmaals dat hele kamp in herinnering neemt, blijft er maar één conclusie over: ER IS MAAR ÉÉN LEONIDAS!!!!!!
Alph. Lap



1956
Oosterhout was een eclatant succes
Als mij gevraagd wordt een verslag te maken van ons kamp in Oosterhout dan zou ik dat eigenlijk in twee gedeelten moeten doen. In één artikel zou ik me tot de Ouders willen richten en datgene naar voren brengen wat zij evident achten, anderzijds zou ik onze eigen jongens nog het één en ander in herinnering willen brengen. Van welke kant men echter dit kamp analyseert, het was in alle opzichten een succes. Zonder de voorgaande kampementen te kort te doen: naar mijn begrippen was dit 5e juniorenkamp het allerbeste. Het allerbeste omdat op de eerste plaats het leiderscorps als team beter sloot dan ooit en op de tweede plaats dat de jongens die meer dan eens zijn mee geweest zelf weten waar ze bij een Leonidaskamp aan toe zijn. De zgn. nieuwelingen passen zich in deze geest direct aan.
Het ligt voor de hand, geachte lezer, dat er momenten zijn dat een of andere jongeman min of meer hardhandig tot de orde geroepen moet worden. Maar wat verwacht u anders van een gezelschap van 95 kerngezonde en van levenslust bruisende jongens. Vooral ’s avonds op de slaapzaal probeerde men de zaak wel eens te forceren, maar dit bleef dan ook een poging en doorgaans was 10 minuten na het “lichten uit” (al sliep men dan nog niet) de gehele zaak in diepe rust.
De mening van de jongens over het welslagen van deze heerlijke vacantieweek in vergelijking met vorige jaren zal uiteraard verschillend zijn (het weer speelt ook een rol). Wanneer men voor het eerst naar “Ahoy” gaat, is alles nieuw en wordt elk onderdeel met groter enthousiasme geabsorbeerd. Maar onomstotelijk staat vast dat hij, die een heel klein beetje bedeeld is met gemeenschapszin, in het plezier maken met elkaar met volle teugen kan genieten. En heus, deze gemeenschapszin leert men elkaar. Er is geen categorie mensen die iemand zo scherp (en juist) kunnen beoordelen als kinderen. Een simpel voorbeeld? Ik zag tijdens ons kamp hoe een jongen en jongere ten onrechte wat hardhandig behandelde. Er behoefde door de leiding niet eens te worden ingegrepen. Als een getergde kat zag ik een ander jochie het voor z’n vriendje opnemen. En afdoend! En bewijst, waarde lezer, het steeds toenemend aantal liefhebbers niet het succes van dit jaarlijks terugkerend Leonidas-evenement? Wanneer men ons juniorencorps vergelijkt met enige jaren terug dan geloof ik dat, ongeacht de maatschappelijke welstand, het gehalte zuiverder is. Treffend vond onze sympathieke Pater van Nistelrooy O.S.B. het aantal dagelijkse communicanten. Zeer velen! Naar zijn mening was er in dit kamp niemand die in het geheel niet ter communie was geweest. Dit feit spreekt voor zich. En mocht dit toch niet geval zijn dan zou ik tot de jongeman willen zeggen: “let op Uw saeck”!
Het is, geachte lezer, geen sinecure om met 95 jongens van 8-18 jaar op vacantie te gaan. En dan nog onder leiders die geen van allen geschoold en slechts enkelen ervaren zijn. Hier tegenover stond echter een enthousiasme en toewijding die bewonderenswaardig was. Een uitzondering mag ik wel maken voor de Heer Piet Lap, die zoveel jaren ervaring heeft dat zelfs geschoolde krachten hun kunnen niet met hem kunnen meten. Leonidas, en speciaal de jongeren, realiseren zich de moeite en offers die hij jaarlijks brengt om hun een geslaagde vacantie te bezorgen. Ik meen toch wel dat ik hierover niet verder uit hoef te weiden. Allen weten dat. Zelfs een betrekkelijke outsider als Pater van Nistelrooy stak dit bij zijn vertrek niet onder stoelen of banken. En mogen wij dan niet een klein beetje trots zijn? Zijn de verenigingen op wat voor gebied dan ook niet op de vingers van één hand te tellen waar zoveel leiders zonder uitzondering hun krachten zo vóór en in het belang van de jongens inschakelen?
Juist door deze teamgeest liep het kamp gesmeerd. Er was een verbazend leuke voetbalcompetitie op touw gezet. Acht elftallen van 4 kleuren bekampten elkaar. En oe! Natuurlijk, er moest een verliezer zijn, dat waren de “witten”. Maar Wit had volgens de jongens te weinig zwaar materiaal. Met hen deelde Geel in de malaise maar Geel had, naar de Heer Harry van den Berg beweerde het meeste intellect. Rood en Zwart speelden een beslissingswedstrijd. Imposant was hun opkomen. Voorop de in het paars geklede “kardinaal” Laurense, geflankeerd door twee in het gitzwart gestoken grensrechters. Achter hen dan de naast elkaar lopende Zwarte ploeg in blauwwit en de Rode ploeg in blauwgroen. Heel officieel werd op deze 31e Augustus het Wilhelmus gespeeld en waarachtig, het volkslied in een eivol stadion had niet treffender kunnen zijn. Rood won dan uiteindelijk maar met heel veel pijn.
En wat dachten die A-juniortjes wel? Met grote cijfers winnen van hun leiders (waaronder drie boven de 40 jaar)? Het werd een heel schamel overwinninkje van 2-0, waarvan nog één doelpunt door mij over het hoofd werd gezien wegens off-side. Maar waren die leiders jullie met opkomen niet verre de baas? Jullie met draagbaar en de leiders met 3 auto’s (met pers) zo op het veld. Wat laten jullie je kennen en wat hadden de toeschouwers een lol! Wat hebben we een plezier gehad, hè jongens, met die roeiboten ? Om van die avondbosspelen maar niet te spreken. Stonden we niet allemaal enige seconden stil van ontzetting toen dat fel-witte spook boven op een kale heuvel voor ons opdoemde? Was niet de eerste reactie een vloedgolf van scheldwoorden? We hoorden zelfs “vrouwenmoordenaar” roepen, maar niemand verzette op dat moment één stap. Was dat laatste bosspel niet nog beter toen we twee jongens vermistten? Ja, iedereen had gehoord dat ze nooit met vreemde mensen mochten meegaan, maar de jongens waren zoek. Gelukkig was het maar spel en dus was de ontmaskering van die rover iets waar je toch nog gezellig over kon praten en dromen.
Jongens, we hebben een prachtig kamp gehad en veel zou ik hierover nog kunnen schrijven. Weest ervan verzekerd dat jullie attenties aan de leiders aan het eind van de week werden gewaardeerd. Van zeer velen bleek deze waardering tijdens het kamp. Altijd klaar staan waar iets gedaan moest worden, de bosspelen opluisteren, vooral voor de kleineren, door hun ambitieuze medewerking. Kijk jongens, zó hoort het. Voor elkaar iets over hebben. En wanneer in de geest ieder z’n meegaan met Leonidas naar Oosterhout beleeft en ook zo zijn houding in de vereniging bepaalt dan kunnen wij met een zeer groot vertrouwen de toekomst van ons lief Leonidas tegemoet zien. Rest mij nog een woord van hartelijke dank aan al die sympathieke Vaders, die zonder meer hun wagen beschikbaar stelden en, als ik één naam mag noemen, de Heer Th. v.d. Sande, voor zijn fantastische verrassing voor alle deelnemers. Heren, onze oprechte dank!
Alph. Lap

Op Zondag 2 September j.l. om 17.15 uur sloot de Heer A. Lap de hekken van het roemrijke kamphuis Ahoy en dwaalde voor de laatste maal zijn bezorgde blik over dat stukje paradijs, waar honderd Junioren van ons eeuwig jonge Leonidas van een onvergetelijk kamp hadden genoten. Persoonlijk mocht ik getuige zijn van dit sobere ceremonieel, althans wat het uiterlijk betrof, maar daar aan de poort van dat unieke “Leonidas-domein” draaiden alle indrukken van dit grandioze festijn nog eenmaal kristalzuiver als een langzame film aan onze geest voorbij en genoten wij nogmaals van het onbegrensde plezier wat honderd van enthousiasme bruisende Leonidas-jongens daar beleefd hadden……
Nu ligt het kamp verlaten, geen roepstem wordt gehoord, Er heerst weer rust en kalmte in dit zo zalig oord
Wat hebben we genoten, al was het weer wat goor, het is daar zalig toeven, in de grootsheid der natuur
Het voetballen was enig, daar op dat ruwe veld, zo werden soms bij bosjes de slachtoffers geteld
Een beentje hier een armpje daar, een stukje vlees ertussen, niets kan onder ’t spelen door het enthousiasme blussen
Rood was heel goed, Wit nogal zwak en Zwart wat al te fijn, maar Geel, mijn Geel, dat was zo spits het intellect te zijn
Het zwemmen was een waar genot, gaan soms je tanden slijten, dat komt omdat je iedere keer een gat in het ijs moest bijten
We tennisten en roeiden er vrolijk maar op los, we trokken luidkeels zingend door heide en door bos
Het hoogtepunt der dagen dat was voor iedereen een bosspel in de avond dat ging door merg en been
Met spoken en wat lijken, ruimschoots met bloed bespat, je kwam weer tot jezelf als je in het kamphuis zat
Jongens, het was fantastisch, het is zalig zo te leven, dank je ouders nog een keer dat je dit mocht beleven
Harry van den Berg



1957
Met de herinnering aan een ondanks regen en kou buitengewoon goed geslaagd kamp 1956 nog levendig voor ogen, trok op zaterdag 17 augustus 1957 Leonidas voor de 6e maal naar Oosterhout, voor de 3e maal naar Kamphuis Ahoy. ’s Morgens was een groep stoere werkers al vroeg vertrokken om het kamphuis gereed te maken voor de ontvangst van de meer dan 100 deelnemers. Fikse regenbuien weerhielden hen niet om op tijd te arriveren.
Tussen 10 en 11 uur was het op de Gerdesiaweg met de regelmaat van de tram een va-et-vient van glunderende jongens die hun, door Ma zo liefdevol gepakte, koffers voor het vervoer per vrachtauto kwamen bezorgen. Om 2 uur gonsde het ruime plein voor het stadion van de enthousiaste kreten waarmee de deelnemers elkaar begroetten. De leiders keken wel met een bezorgd gezicht naar de donkere wolken, maar later bleek dat de voorspelde opklaringen zich precies over de weg van Rotterdam naar Oosterhout hadden uitgespreid. Dan vertrok de stoet van 60 fietsers, meneer Vossen voorop en Kapelaan van Pinxter aan de staart. In vlot tempo werden de 50 kilometer afgelegd, als steeds bij de Moerdijk gerust en tegen 5 uur was het kamphuis heelhuids bereikt. Terwijl de nieuwelingen nog wat beduusd naar de bedden, waarin ze, soms op hoog niveau, zeven nachten zouden slapen, stonden te kijken, maakten de routiniers reeds verkenningstochten in en om het kamphuis. Kamp Ahoy 1957 voor Leonidas was begonnen.
En ni, 3 weken later, zitten we voor de vererende maar zware opdracht om dit kamp voor “Ons Leonidas” te verslaan. Wat te schrijven over een week die op de eerste regenachtige zondag nog zo lang leek en toen ineens al weer voorbij was. Zo snel vloog de tijd, dat er zelfs geen gelegenheid was om de fietsrally waarvoor zulke mooie plannen waren gemaakt te doen plaatsvinden. De geïmproviseerde voetbalwedstrijden tegen Franse jongens uit een naburig kamp vergoedden dit gemis echter volledig. In welke club kan men zijn voetbalcarrière beginnen met een internationale wedstrijd? Onze elftallen bleken de sterkste maar met wat medewerking van onze achterhoede kon de Franse eer toch nog worden gered.
In de morgenuren werd een competitie gespeeld tussen de elftallen van de verschillende groepen. Dat groen nummer 1 en rood, zoals deze kleur betaamt, nummer laatst werd, was van weinig belang. Er werd in elke wedstrijd verwoed gestreden en de regeling was perfect. Interessant waren ook de partijtjes tussen leiders en sub-leiders, al mag niet worden ontkend dat de arbitrage liever met de leiders op goede voet bleef. ’s Middags werden bosspelen gedaan en/of een bezoek gebracht aan de Warande. Ondanks het frisse weer was het er toch te druk om op het strand te rugbyen. Hierdoor werd de aandacht verlegd naar de roeiboten. Er kan niet bepaald worden gezegd dat roeien een droge sport is, integendeel. Wie niet nat werd van het herhaaldelijk breken van de waterspiegel door de roeispaan, werd het wel van een al dan niet vrijwillige onderdompeling.
Het avondspel met talloze zaklantaarns in het donkere bos vormde een waardig sluitstuk van de dag. Met diverse variaties op verschillende thema’s doken rovers en spoken onder in het struikgewas of klommen in hoge bomen om door de zoekende massa te worden opgespoord. Wat onder een voortduren “lichten uit” en “sstt”-geroep meestal gelukte. Een spook dat te ver was afgedwaald en het spoor bijster was klopte ten einde raad aan bij een eenzame boerderij. De deur werd geopend door Cees van Looyen die daar toevallig logeerde en de weg terug natuurolijk kende. Grote consternatie ontstond toen op de laatste avond Hans van Noort werd gekidnapt en met goed spel heel wat jongens in de waan bracht dat het echt was. Een schijn-ongeluk, niet in het oorspronkelijke plan inbegrepen, zaaide zelfs angst in de harten van de leiders. Daarna speelden de oudere jongens een prima onderduikspel. Slechts 3 van de 10 ondergedokenen konden worden gevonden.
Nog sneller dan dit verslag is getikt vloog de week om en brak de dag van vertrek aan. Koffers pakken – hoe heeft Ma het er toch in gekregen? -, een laatste wandeling naar de braambessen of de hei – appèl van gevonden voorwerpen – lunchpakketten -0 die moeten naar Breda – die moeten wachten op de auto’s – start. Stormwind tegen. Geen bezwaar. Elke grote jongen een kleine naast zich en trappen maar. Om 4 uur staan ze allen weer in Rotterdam. Een apart woord mag wel worden gewijd aan de dagelijkse H. Mis, door kapelaan van Pinxster opgedragen. De leiding die mijnheer Piet Lap aan het Mishoren gaf moet de jongens wel hebben geleerd ook thuis in de parochiekerk met de H. Mis mee te leven. De paters, die het kamp van de Franse jongens leidden, sloegen steil achterover toen ze hoorden dat elke morgen zonder enige aansporing 80-90 jongens ter H. Tafel naderden.
Samenvattend: wederom een prima geslaagd kamp. Goed voorbereid en bekwaam georganiseerd. In het bijzonder mag worden geroemd over het werk van de sub-leiders, die hier hebben geleerd dat het geven van krach ten aan anderen geen offer is maar een genoegen geeft dat groter is dan het zoeken van zichzelf. Het avondje uit in Breda was dubbel en dwars verdiend.
De Br.G.
Aan dit verslag mag ik een enkel woordje toevoegen. Leonidas, geachte lezer, is dank verschuldigd aan hen die mede de franje verzorgden van de excellente Leonidaskamp. Bovenal prijkt de naam van de heer Piet Lap, die naast de talloze andere besognes voor dit kamp voor de zesde achtereenvolgende keer blouses, broeken, zeiljoppers en truien aan alle deelnemers beschikbaar stelde, In mijn afscheidswoord op de laatste kampdag heb ik dit weliswaar niet gememoreerd maar ik geloof dat een woord van waardering hier nog meer tot recht komt omdat vooral de moeders van deze geste de dankbare vruchten plukken. Een woord van oprechte dank is gans Leonidas verschuldigd aan de heer Haanappel. Praktisch onopgemerkt behandelde hij talloze wonden, steenpuisten, ja zelfs een één-dag-zieke. Voor de ouders moet de aanwezigheid van een arts in het Leonidaskamp een ware geruststelling zijn en daarom wil ik de waardering voor de diensten aan dit Leonidasgezelschap door de heer Haanappel niet onder stoelen of banken steken.
Alle niet-fietsers zijn vervoerd met wagens. Deels door enkele leiders maar ook door ouders die hun wagen ter beschikking stelden. Heerlijk was het unanieme antwoord van de heren Piek, van Dam, Kerkmans, de Jong, Ploeg en Speerstra op onze vraag hoeveel passagiers er mee konden. “Hoeveel moeten er mee?” Zo was ook het antwoord van de heer B. Kreyns die in en op zijn volgeladen Volkswagenbus nog 5 jongens met fietsen aan boord hees. Heren: aan allen onze welgemeende dank voor Uw belangstelling en voor uw hulp! Ook aan heer en mevrouw De Graauw die zonodig twee wagens beschikbaar stelden maar waarvan geen gebruik behoefde te worden gemaakt: onze dank voor uw sympathieke gebaar. En last but not least de Eerwaarde Overste Broeder Modestinus voor het beschikbaar stellen van zijn school voor al die bagage, die elk jaar opnieuw aan de Gerdesiaweg wordt gedeponeerd, alsmede onze dank aan de heet Albers van Foka, die wederom enkele zeer attractieve fototoestellen als prijzen beschikbaar stelde.
Dit Leonidaskamp is bijzonder geslaagd, deels door de leiding maar ook dankzij het gezelschap. Het was inderdaad een select gezelschap. In sportiviteit, in vriendschap maar bovendien ook in godsdienstige “diepgang”. Laten wij hopen dat deze eendrachtige en sprankelende geest als steeds het cachet zal zijn van het Leonidas van nu en het Leonidas van dadelijk. En als besluit een zeer privé bedankje aan die gezellige dikkerd Tommy die iedere dag er trouw voor zorgde dat mijn bed keurig – en alles goed ondergestopt – was opgemaakt.
Alph. Lap



1958
Hieronder volgt dan weer het jaarlijkse verslag van het Leonidaskamp. Ditmaal niet door één van de leiders, zoals in voorgaande jaren, maar door een rasechte junior. We kunnen wel weer zeggen dat ook dit kamp weer een triomf is geworden voor de club die het volgend jaar haar 50-jarig bestaan viert, Leonidas! Het is daarom zo’n geslaagd kamp geworden omdat de leiders en de jongens zo goed met elkaar konden opschieten enerzijds en het weer anderzijds. Als wij nog een woord van dank willen richten is toch de eerste naam die genoemd moet worden VOSSEN. Om deze centrale figuur draaide eigenlijk het gehele kamp. Om de outsider maar een klein beetje kijk te geven van hetgeen de heer Vossen presteerde moet U weten dat hij de pomp (waarvan het water en licht afhankelijk waren) hanteerde en dat betekende dus pas naar bed als al het licht uit was en ’s morgens om 5 uur op. Ook de heer Albers bleek een waarlijke aanwinst aan de leiderstafel te zijn. We hebben ook bijzonder genoten van zijn comeback op de rechtsbuitenplaats in het leiderselftal tegen de oudste junioren (13 spelers). De heer Piet Lap was in dit kamp veranderd van bloemstuk tot kampleider. Ook de medicus dr. Haanappel was weer present om desgewenst zijn beste beentje voor te zetten. Voor de geestelijke zorg was dit jaar voor de 2e maal de jonge “oude” pater Richters meegegaan evenals vele jonge leiders.
Nu het kamp zelf. Eén van de hoogtepunten was ook dit jaar weer de voetbalcompetitie. Persoonlijk vond ik het een verbetering dat de ouderen en jongeren in een aparte afdeling waren ingedeeld. Zodoende kon er een hele competitie afgewerkt worden. Het was bijzonder jammer dat er geen heren van de KC van het eerste elftal aanwezig waren, dan hadden ze waarschijnlijk enige versterkingen kunnen aanbrengen en zou het 50-jarig bestaan niet in de 3e maar in de 2e klasse KNVB gevierd worden. ’s Middags konden ze de meeste jongens op de Warande terugvinden en daar was het waar de heer van Veen vele kano’ers en roeiers in paniekstemming bracht. Ook was, vooral bij de B-spelers, de kermis zeer in trek, waar “dikke Edna” (21 jaar, 480 pond!) ieders bewondering afdwong.
’s Avonds werd er meestal een bosspel gehouden en dankzij de heer Albers werden er dit jaar ok twee filmavonden gegeven. Gezellig was het altijd na de warme maaltijd (die zo maar twee uur duurde). Er werd ook altijd uitbundig gezongen. We hadden ook een uitgebreid aantal artiesten. Om maar enkele te noemen: Jan vd Brande, de Belgische reporter van de Tour de France, Toontje Hermans, Duo Black and White (99% White, 1% Black), Dorus alias Tom Manders. Met dit gezelschap hadden we een aardig programma in elkaar gedraaid voor één van de bestuursleden die die dag zou komen maar hij liet helaas verstek gaan. Dan durven ze nog boven je aanschrijving te zetten: “bel tijdig af, kom nooit te laat, wees waardig lid in woord en daad!
Nog en woord van dank aan de heer en mevrouw Confurius, die zo sportief waren om een dag in ons midden door te brengen. Door onze ex-trainer was de wedstrijd tussen leiders en jongens in goede handen. Vermeldenswaardig is ook nog dat de heren J. de Koning en G. Diesfeldt hun vrije zaterdag hebben opgeofferd om het kamphuis voor ons in gereedheid te brengen.
Blackie
PS: ik voel mij verplicht om mijn verontschuldiging aan te bieden dat ik ons kamp niet bezocht heb. Mogelijk willen de jongelui begrijpen dat het mij werkelijk onmogelijk was. Als ik geweten had dat men er vast op rekende dan had ik een telefoontje gegeven. In dezelfde week was ik dinsdag van vacantie teruggekomen. Bergen werk wachtte mij terwijl ik een dringend ziektebezoek aan een oud en nog steeds belangstellend Leonidasser buiten de stad niet kon uitstellen. Zaterdagmiddag had ik nog representatie voor onze club bij het bezoek van een elftal uit Langeboom zodat ik er helaas voor het kamp geen tijd kon afnemen. Sorry.
De Voorzitter



1959
Wie het Juniorenkamp van Leonidas in Oosterhout heeft meegemaakt zou de waarheid geweld aan doen met te beweren dat het alleen maar een sportkamp was. Natuurlijk, er werd veel gevoetbald, er waren prachtige wedstrijden met scheidsrechters, grensrechters en soms wel publiek, maar kamp “Ahoy” was veel meer. Diezelfde jongens immers, die ’s morgens op het groengrijze matje in wolken van stof lustig draafden achter het bruine monster, vulden in de middag het zilte nat, uren aaneen, in een stemming om jaloers op te worden, daarbij als volleerde matrozen stukjes uithalend met de wankele bootjes dat een ieder de schrik om het hart sloeg. Je stond er versteld van dat ze ’s avonds weer achter Vossen de bossen in snelden op zoek naar verborgen schatten, alsof ze nooit vermoeid waren.
Als ik zou proberen een schets te geven van deze voorbije kampweek dan zou ik moeten wijzen op de prettige sfeer, de echte Leonidassfeer, van vrienden onder elkaar. Hoe schitterend was de inzet van de dag met het gezamenlijk vieren van de H. Mis onder de kundige leiding van onze erevoorzitter, door wiens bemoeiing we dit unieke kamphuis konden huren. Tot deze sfeer droeg een ieder het zijne bij. Ik denk aan de vlotte gezellige manier van doen van de heer Albers, aan het degelijke medische optreden van dokter Haanappel, waarvan vooral Walter veel voordeel gehad heeft toen hij na een machtige save om zijn doel schoon te houden een armbreuk opliep. Alle duimen omhoog voor je houding daarna. Ik hoop dat je weer gauw onder de lat zal staan.
In een drukkende hitte een kamp leiden is niet eenvoudig. Dat heeft de heer Vossen ervaren. Steeds actief, overal aanwezig, was hij de grote organisator en bezieler van dit kamp. Op een prettige militaire wijze hield hij de touwtjes strak in handen en mocht daarbij steunen op een staf van hulpvaardige officieren en onderofficieren, die ook nog met behulp van Janus een wespennest uitbrandden, zodat dit kamp zo goed als wespenvrij was. De waardering voor al deze activiteiten kwam tot uitdrukking in een aantal leuke presentjes. Daarbij werd de keuken niet vergeten.
Persoonlijk zie ik dit kamp als de inzet van de komende feestvieringen. Wat zou immers ons gouden feest betekenen als we alleen maar naar het verleden zagen? Leonidas kan voor de dag komen met zijn junioren. Al zijn het misschien niet allen raspaardjes, er is een prachtige teamgeest, wat vertrouwen geeft voor de toekomst. En nu en avant het strijdperk van de competitie in! Jongens, veel succes!
E. van Diepen, kapelaan


