De tekst is een licht gewijzigde versie van het artikel dat Fons Laurens schreef voor het jubileumboek Leonidas 100 jaar.

Wie herinnert zich nog de bruisende feesten die in een grijs verleden aan het Erasmuspad werden gehouden? Het was de tijd dat wijnbarretjes en kaasblokjes in waren en vooral ook bier, veel bier. De jaren tachtig van de vorige eeuw hebben bij veel Leonidassers naast echte voetbalherinneringen ook op een ander vlak de nodige sporen achtergelaten. Gedurende een periode van zeven jaar is er door een klein maar zeer select gezelschap hard gewerkt aan het realiseren van een heuse carnavalstraditie. De herinnering aan dit carnavalsgebeuren zal bij de één misschien de wenkbrauwen doen fronsen, bij de ander roepen namen als “de Blaospiepers, Vals mar Leutig of Trio Veronica direct warme gevoelens op. Carnaval is net als voetbal: je bent er gek op of vindt er niks aan. De oprichting van De Padhappers geschiedde in stijl: sober, serieus en beslist zonder alcohol, want het oprichten van een carnavalsvereniging is een uiterst belangwekkend gebeuren. Ten huize van Jan en Jeanette Martens aan de Asserweg 446 werden – onder het genot van een dampend kopje koffie met een bokkenpoot – de eerste afspraken vastgelegd. Acht november 1979 om precies te zijn.

Om nu te zeggen dat die datum in mijn geheugen staat gegrift is overdreven, maar vanaf het moment dat ik met twee droge klikken mijn gedateerde Samsonite koffer openmaak, dwarrelen allerlei herinneringen in de vorm van notulen, draaiboeken, begrotingen, posters, toegangskaarten en natuurlijk foto’s als tastbare herinneringen om mij heen. Met name foto’s, heel veel foto’s. Het is net alsof een zorgvuldig weggestopte en vergeten wereld weer in al zijn kleurigheid tot leven komt. Ik gun mezelf geen tijd om te gaan zitten. Mijn handen bladeren gretig door de stapels met “belangrijke” informatie van toen. Gezichten en namen worden al lezend weer aan elkaar gekoppeld. Sommige namen vergeet je nooit: die staan in mijn geheugen en in dat van veel Leonidassers met mij gegrift. “Ome” Jan ter Heerdt, altijd aanwezig als je hem nodig had. Als dankjewel mocht Jan gratis naar binnen en werd ie gepamperd met borreltjes en sigaren. Ton Mandos met zijn gereedschapskissie en André Suijker in zijn kielzog, altijd in de weer als de kantine moest worden omgebouwd tot een heuse residentie.

Prioriteit nummer één was natuurlijk het bij elkaar zoeken van een enigszins representatieve groep zotten die én lid waren van Leonidas én wel van een feestje hielden! U begrijpt: de eerste officiële Raad van Elf der Padhappers was snel geformeerd. Op de statiefoto van het eerste uur zijn o.a. Henk Peinemann te herkennen als de imposante Doorluchtige Dwaasheid Prins LEO 1 en Jan Martens als adjudant en verantwoordelijk voor de sponsors: “beste mensen, we moeten niet vergeten om tijdens de festiviteiten de naam van de Handyman te noemen”. Voorts ontwaren we Wim Hofland in de functie van orkestregelaar die er hoogstpersoonlijk voor zorgde dat wereldberoemde bands uit de regio en ver daarbuiten werden vastgelegd en dat zij naast hun gage ten hoogste twee consumpties per avond kregen. Een belangrijke functie was ook weggelegd voor Cor Hendriks. Dit raadslid zorgde er voor dat de contacten tussen de Padhappers en de bar altijd “soepel” verliepen. De overige raadsleden zorgden er hoogstpersoonlijk voor dat er inhoud werd gegeven aan de naam Padhapper! Een biertje happen aan het (Erasmus)pad stond immers garant voor de naamvoering. We herkennen onder andere Martin Roestenburg, Edward Hijzen, Ton Damen, Harry de Jong, Theo van den Berg, Robbie van Leeuwen, Frans Lauwrier, Peter Booms, allemaal dappere happers van het eerste en ook wel het tweede uur. In de navolgende jaren hebben nog vele Leonidassers acte de présence gegeven. Ik denk daarbij aan Frans Kofflard, Hans Hollander, Menno Bosma, Marien van den Berg, Paul Blanc, Piet de Bie, André de Hoog, Aad Grootveld, Ton Wouters, Ron van Kan, Victor Holleman en vele, vele anderen

Deel uitmaken van de Raad van Elf was uiteraard een zeer serieuze zaak. Er werd nadrukkelijk gewezen op de voorbeeldfunctie. Dus geen enkel raadslid mocht al om 10 uur ’s avonds laveloos aan de bar hangen. Nee: ze moesten voorgaan in het feestgewoel, mensen enthousiast maken en dat alles in vol ornaat: zwart pak, dito strik, witte sjaal en handschoenen en een strak gesteven steek. En dit alles diende na het feest keurig te worden ingeleverd op straffe van …. ja waarvan eigenlijk? We zullen het nooit meer te weten komen. Onvergetelijk uit die periode zijn ook de capriolen van Henny Hamers alias Nar Nidas die met zijn geheel eigen invulling de vele prinsenballen en carnavalsavonden opluisterde. Het vinden van een passend narrenpak was voor hem minder problematisch dan het aanschaffen van voornoemd zwart maatkostuum.

Naarmate de jaren vorderden werd het ook voor de Padhappers als orgaan steeds moeilijker om origineel en actief te blijven. In ieder geval is het carnavalslustrum van zeven jaar ruimschoots gehaald en hebben we genoeg materiaal en herinneringen om af te stoffen, op te poetsen en op te halen zij het dat de setting niet meer helemaal past bij de bonte verzameling felgekleurde padden, stickers, onderscheidingen en andere eretekens, die zo duidelijk bij ons Padhapperverhaal horen.

Met dit in het achterhoofd worden alle Leonidassers hierbij met een respectvol alaaf gegroet door voormalig pennenlikker, adjudant en doorluchtige dwaasheid Prins Desiderius 1.























































































