De geschiedenis van Leonidas

1909 – 1919

De eerste jaren

Leonidas werd opgericht op 30 oktober 1909 op initiatief van A. Schweitzer en H. Meijer onder de naam SWIFT. Bij de oprichting werd bepaald dat alleen Rooms-Katholieke leden zouden worden aangenomen, waarmee de vereniging de eerste Nederlandse vereniging was op Rooms-Katholieke grondslag. In het eerste jaar werden alleen vriendschappelijke wedstrijden gespeeld, waarbij het negental eigen leden met geleende spelers werd aangevuld. In 1910 werd toelating tot de Rotterdamse Voetbal Bond (RVB) verzocht maar deze werd geweigerd vanwege het principe dat alleen Rooms-Katholieke personen lid mochten worden.

         Anton Schweitzer

Intussen had men contact gemaakt met de andere RK verenigingen die nu ook waren opgericht en samen werd besloten tot oprichting van een Rooms-Katholieke Nederlandse Voetbal Bond. Het bestuur van de NVB zag het gevaar van een Katholieke Bond voor de eigen organisatie beter in dan de RVB en besloot de verenigingen die om deze redenen door de plaatselijke bonden werden geweigerd, in de gelegenheid te stellen tot de NVB toe te treden. In de zomer werd Swift lid van de NVB. De vereniging moest echter haar naam veranderen omdat er al een Swift bestond en noemde zich vervolgens Leonidas. Voor de eerste wedstrijd werd het veld in de Boschpolder afgekeurd. Het gehele elftal en dus alle leden hadden gezwoegd om het terrein speelklaar te maken maar de regenval wiste de ’s morgens getrokken lijnen weg. Een aantal wedstrijden moest wegens gebrek aan spelers onvolledig worden gespeeld maar toch werden er nog 2 van de 14 wedstrijden gewonnen.

Het allereerste Leonidas-elftal in 1909, “gekiekt” door de Katholieke Illustratie. Achter: J. Huijgen, J. Putters, A. Simons, H. Rensman. Midden: H. Schweitzer, H. Meijer, J. Ameling, A. Schweitzer. Voor: J.G. Schweitzer, A. vd Meiracker, A. vd Hout.

Piet Lap als de reddende engel

Reeds in 1911 werden buitenlandse reizen ondernomen naar Duitsland en België. Ook was er al een clubblad en werden er jaarfeesten gevierd, geheel door eigen krachten georganiseerd. Het aantal leden nam toe en daarmee het aantal elftallen totdat de mobilisatie in 1914 een spaak in het wiel stak. Het aantal beschikbare spelers daalde zozeer, dat een vergadering werd belegd om tot opheffing van de vereniging over te gaan. Op de vergadering was echter een 18-jarig lid aanwezig dat nog pas kort bij Leonidas was: Piet Lap. Eigenlijk was hij een fanatieke Sparta-supporter maar zijn vriend Henri Liesens haalde hem over naar Leonidas te komen. Het voorstel tot opheffing werd afgewimpeld en de jeugdige Piet Lap werd tot voorzitter gekozen. Dit was de redding van Leonidas. Met ongeëvenaarde werkkracht en zeer grote talenten wist Lap Leonidas uit de put te halen. Al spoedig zag hij in dat het voortbestaan van een vereniging als Leonidas afhankelijk was van jonge leden en in 1915 richtte hij een juniorenafdeling op. Op zijn initiatief begon de RVB in 1916 met competities voor jeugdelftallen. Het terrein in de Boschpolder kon al lang niet meer aan de behoeften voldoen en Leonidas verhuisde naar Woudestein, waar de eerste bloeiperiode werd ingezet. In 1917 zorgde het derde elftal voor het eerste kampioenschap.  Er kwam een grote toeloop van leden en junioren, zodat in het seizoen 1918-1919 vier senioren- en twee juniorenelftallen in het veld konden worden gebracht.

Een elftal in 1910

De oudste juniorfoto uit 1916

Het tweede elftal in 1917 voor de allereerste kleedkamer. Achter: H. vd Linden, G. Gleerdin, P. Hazelzet. Midden: K. Sparnaay, Th. Kreyns, Fr. van Essen. Voor: Jac. van Woensel, A. Hijzen, P. Lap, G. Lap, C. Houberg.

Het derde elftal in 1918. Het jochie links wil ook op de foto!

Advertentie van de Firma C. Lap in het clubblad in 1918

1919 – 1929

Naar een andere bond

Na een spannende competitie eindigde Leonidas in 1919 met VCS op de eerste plaats. Het doelgemiddelde van Leonidas zou beter zijn geweest dan dat van VCS, wanneer deze laatste vereniging niet met zeer veel medewerking van de tegenstander met 10-0 had gewonnen. Leonidas bleef daardoor in de derde klasse. Een beroep op de districtsvergadering had geen succes. Daarop verliet Leonidas de NVB om over te gaan tot de Rooms Katholieke Federatie (RKF). Van 1920 tot 1923 speelde het eerste elftal in de landelijke competitie van de RKF en het tweede elftal in de 4e Diocesane Haarlemse Voetbalbond (DHVB). De andere lagere elftallen en de junioren bleven in de RVB.

In 1920 verzamelden alle leden van Leonidas zich voor Societeit De Harmonie ter gelegenheid van het afscheid van H.J. Meyer naar Indie. Deze societeit was sinds 1826 gevestigd aan het Haagscheveer. Er werden feesten en partijen gehouden, er waren kolf- en kegelbanen en er werd veel gedaan aan dammen, schgaken en biljarten. Het is een historische plek in de geschiedenis van de Rotterdamse sport omdat zich daar in de 18e eeuw de Sint Jorisdoelen bevond waar aan paardrijden, boogschieten en schermen werd gedaan (bron: Cees Zevenbergen)

Samenwerken met Excelsior

Voor de groeiende vereniging was het ene veld op Woudestein te weinig. De accommodatie was wel verbeterd door de aankoop van een groot kleedlokaal met behulp van renteloze aandelen, maar er moest noodzakelijk uitgekeken worden naar een nieuw terrein. Naast Leonidas speelde Excelsior, dat in soortgelijke omstandigheden verkeerde, overigens wel in de tweede klasse. Met deze vereniging werd een compagnonschap aangegaan. Leonidas zorgde voor het kapitaal, de recettes van de Excelsiorwedstrijden zouden dienen voor rente en aflossing. Aan het Toepad kon een stuk grond worden gehuurd en hierop werd voor 30.000 gulden het sportpark Kralingen gebouwd. Uit een terreinfonds kon Leonidas 5000 gulden op tafel leggen. De ontbrekende 25.000 gulden werden geleend, nadat 25 personen, meest ouders van Leonidasleden, zich ieder voor 1000 gulden borg hadden gesteld. Door allerlei tegenslag bleek het veld bij de oplevering onbespeelbaar, waardoor Excelsior haar thuiswedstrijden elders moest spelen. Deze financiële strop kwam men langzaam te boven, maar in 1924 liep de zaak opnieuw vast. De geldschieter nam noodgedwongen genoegen met 50% en de borgen brachten ieder 546 gulden op om de lening af te lossen. Dankzij deze edelmoedige geste kon het sportpark in stand worden gehouden.

Een actiefoto tijdens de wedstrijd RFC-Leonidas in 1928 aan de Essenburgsingel

Vakantieweek in Dongen

In diezelfde tijd breidde Leonidas zich uit. Individueel werd door de leden al atletiek beoefend en in 1924 werd een afdeling gymnastiek opgericht voor dames en heren. Een tennisafdeling kwam erbij in 1925 toen op het Toepad een baan werd aangelegd.  Leonidas deed in deze periode herhaaldelijk van zich spreken. De viering van het 12-jarig en het 15-jarig bestaan waren werkelijke evenementen voor Rooms-Katholiek Rotterdam. Zij werden nog steeds voor een groot deel door eigen krachten verzorgd. Enige jaren lang had Leonidas zelfs een eigen strijkorkestje. In 1922 en in 1925 nam Leonidas deel aan de politieke landdagen van de RK Staatspartij. Daarbij sprak de heer Kuypers, de directeur van de Maasbode, het gevleugelde woord van de “altijd jong makende en jong blijvende vereniging Leonidas”. Tot een bloeiend verenigingsleven droegen de druk bezochte clubavonden in Suisse op het Beursplein zeer aanzienlijk bij. Ook op deze avonden was Lap de grote animator en conversator. Het werk van de juniorafdeling speelde een  zeer belangrijk rol in de groei van Leonidas in het tweede decennium van het bestaan. In 1922 werd, naast het gebruikelijke eendagsuitstapje naar Graaf Willem in Den Haag en het uitstapje op  oudejaarsdag, voor het eerst een vakantietocht van een week naar Dongen gemaakt. Het eerste jaar werd overnacht in een schuur, het tweede in een hotelletje in Rijen, maar vanaf 1924 in Musis Sacrum in Dongen. Het succes van deze vakantietochten was zodanig, dat zij zelfs tot 14 dagen werden uitgebreid. Later gingen er ook seniorleden mee, wat voor de leiders niet altijd even gemakkelijk was. Dit zou duren tot 1941. Daarna was een gezamenlijke tocht met een wat groter gezelschap niet meer mogelijk. Een hervatting na de oorlog bleek financieel niet haalbaar.

                Musis Sacrum in Dongen

Zwempret in Dongen in 1928

Clubavond in Suisse aan het Beursplein

Een actiefoto vanuit dezelfde gelegenheid

Voor het eerst een trainer

Het kon niet uitblijven dat de goede organisatie ook gevolgd werd door successen op voetbaltechnisch gebied. Werd er nogal eens smalend gesproken van een voetbalclub die “beter feesten dan voetballen kon”, nu bleven de resultaten op het groene veld niet uit. De aanwezigheid van een aantal veelbelovende jonge spelers bracht het bestuur ertoe om een trainer te benoemen. Hoewel hij slechts een middag en een avond in de week een deel van de spelers onder handen nam en daarbij bijna uitsluitend op techniek en tactiek oefende, wist hij het eerste elftal toch zodanige kwaliteiten bij te brengen dat in 1929 voor de tweede maal het kampioenschap van de derde klasse werd veroverd. Pech met spelers in de tweede promotiewedstrijd verhinderde de overgang naar de tweede klasse. De faam van het elftal onder de derdeklassers was zo groot dat er zelfs na de fusie van de twee voetbalbonden in 1940 nog over het Leonidas van 1929 werd gesproken.

Het eerste elftal in 1928

Aeolus

En toch droeg deze bloeiperiode reeds de kiemen van verval. Niet in eigen boezem maar van buiten werd het bestaan van Leonidas bedreigd. De DHVB was woedend omdat het Leonidas niet onder zijn vlag had kunnen krijgen en wist de kerkelijke overheid ertoe te brengen een tweede Rooms-Katholieke middenstandsclub in Rotterdam op te richten die de bijzondere steun van de Rooms-Katholieke HBS (het Franciscus College) genoot. Deze club werd Aeolus genoemd. Doordat vrijwel alle leerlingen van deze HBS naar Aeolus gingen werd een rijke bron van juniorleden bijna geheel voor ons afgesloten. Hoe sterk en goed het eerste elftal ook was, de lagere en de juniorelftallen liepen terug in aantal en kracht. Ook speelde mee dat Leonidas niet openlijk maar wel officieel als Rooms-Katholieke vereniging taboe was zolang zij in neutraal verband uitkwam. Tegen dit alles viel niet te vechten. De directe aanleiding om aan de druk toe te geven was de weigering om bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan een H. Mis voor Leonidas te laten lezen. Het bestuur besloot daarom om terug te gaan naar de Diocesane Haarlemse Voetbalbond. Wie gemeend zou hebben, dat met deze overgang naar de Rooms-Katholieke bond de concurrentie op zou houden, kwam bedrogen uit. Om behoorlijke competities in te richten had de DHVB veel clubs nodig. Hoewel het doel van de oprichting van Aeolus (namelijk de bekering of zelfs de ondergang van Leonidas) was bereikt, kon de bond niet zonder de nieuwe vereniging, dus Aeolus bleef bestaan. De eerste wedstrijden in de nieuwe competitie gaven een zodanig krachtsverschil te zien (8-0, 6-3 en 7-0) dat de animo van de spelers verdween. De  wil om te winnen verslapte en op een eventueel kampioenschap werd door een aantal spelers geen prijs gesteld. De meest eerzuchtige spelers gingen in de volgende maanden heen. Het bestaan van de voetbalafdeling werd steeds moeilijker want voor de vertrekkende spelers kwamen geen nieuwe leden in de plaats. Het spelpeil daalde zienderogen en het werd steeds moeilijker om zich in de eerste klas van de RKF te handhaven.

Leonidas 8 (het hoogste juniorelftal) in oktober 1928 in het oude blauwwit geblokte tenue. Louis Hoefnagels, Jan Verhoeff, Th. de Vries, P. van Hofwegen, J. Steeman, J. van Bemmel, Jan vd Cammen, Willy Reijnders, Piet Lerou, Pietje Mersel, Jan vd Sande

Een vrolijk elftal eind jaren ’20. Let op het mooie originele embleem!

Verzamelen bij molen “De Noord” aan het Oostplein. Op de fiets naar Haarlem om het eerste elftal aan te moedigen (1921)

In 1922 en 1925 deed Leonidas mee aan de politieke landdag van de Roomsch-Katholieke Staatspartij

Zeven kinderen van de familie Bloem waren lid van Leonidas. De vijf jongens voetbalden en de twee meisjes waren actief in de gymnastiekafdeling.

1929-1939        

Leonidas-hockey

In 1932 werd het initiatief genomen tot het oprichten van een hockey- en een zwemafdeling en twee jaar later ook van een cricketclub. De kracht van voetballend Leonidas werd niet alleen aangetast door de concurrerende schoolverenigingen maar ook door de toenemende voorkeur voor het hockeyspel in de middenstandskringen. De nieuw opgerichte hockey-afdeling mocht zich daardoor in een snel toenemende bloei verheugen. Hierdoor kon, ondanks de verminderende prestaties van de voetbalafdeling, in 1934 toch een groots zilveren jubileum worden gevierd. In de jaren daarop verloor Leonidas de hockey- en de zwemafdeling. De hockey-afdeling ging verder als zelfstandige vereniging die ondanks het verbod van het bestuur de naam Leonidas bleef behouden. Op initiatief van de zwemafdeling werd in samenwerking met Aeolus en St Lodewijk de zwemvereniging LAC opgericht, welke al direct een van de grootste zwemverenigingen van het land was. Zo was Leonidas in 1938 weer een vereniging waarin behalve voetbal alleen nog tennis en cricket werden beoefend. De gymnastiekafdeling had tezelfdertijd een stil einde gevonden. Mede door de slechte technische prestaties was in de voetbalafdeling menig lid ontevreden over het bestuursbeleid. Op initiatief van enkele jongere leden werd een algemene ledenvergadering bijeen geroepen waarin de ontevredenheid zo sterk tot uiting kwam dat het bestuur moest aftreden. Als voorzitter van het hoofdbestuur had Piet Lap enige jaren al niet meer de directe leiding van de voetbalafdeling gehad. Op deze vergadering werd hij met vrijwel algemene stemmen benoemd tot bestuursformateur met ongeveer dictatoriale bevoegdheden.

De woensdagmiddag-training onder leiding van Piet Lap

Weer een nieuw terrein

Hij kwam al direct te staan voor de noodzakelijke taak om voor Leonidas opnieuw een eigen terrein te vinden. Een deel van de grond van het sportpark Kralingen was namelijk aan het Rijk verkocht voor de bouw van een marinierskazerne. Excelsior slaagde er met de steun van de gemeente in op Woudestein haar tegenwoordig complex op te bouwen. Leonidas kreeg een nieuw veld naast het oude. Daarmee was een eind gekomen aan een samenwerking van bijna 20 jaar vrijwel zonder onderlinge wrijving. De vriendschap met Excelsior bleef onverminderd bestaan. Bij de verdeling kwam Leonidas in het bezit van de twee oude kleedlokalen en de overdekte tribune. Al werd het nieuwe veld door de gemeente aangelegd, het spreekt vanzelf dat de vereniging toch voor grote uitgaven kwam te staan. Voor een deel werden deze bestreden met behulp van een Grassprietenfonds.

De Leonidasfamilie na de feestmis in het meisjeslyceum aan de Breitnerstraat ter gelegenheid van de viering van het 30-jarig bestaan.

De broeders

Aan de juniorafdeling was nieuw leven ingeblazen, doordat de broeders van het Sanatorium Vredenoord bereid waren als juniorleiders op te treden. Van de scholen, waar deze broeders les gaven, kwam een vrij groot aantal nieuwe juniorleden. Tevens werd met de broeders in het chronisch gebrek aan jeugdleiders voorzien. Zoals ieder die wel eens voor Leonidas heeft gewerkt werden ook zij spoedig enthousiaste medewerkers. Broeder Arsenius verwierf zich een bijna legendarische naam. Broeder Seraphinus was de stichter van het Grassprietenfonds. Hoewel Leonidas door een diep dal was gegaan, kon het de toekomst weer met vertrouwen tegemoet zien, nog onwetend van alles wat de vereniging en vele anderen  boven het hoofd zou hangen. Het 30-jarig feest werd opgewekt gevierd met een prachtochtend in Palace op de Botersloot en ’s middags de opening en inzegening van het nieuwe terrein. Piet Lap sloot zijn werk toen voor Leonidas af. Hij had de vereniging weer uit de put gehaald, hij had voor het nieuwe veld gezorgd en hij had nieuwe jonge bestuursleden opgeleid. Het ere-voorzitterschap was zijn welverdiende beloning.

Het eerste elftal in 1934. Achter: Joop Strieder, Aad Ham, Pierre Haanappel, Piet van Deursen en Theo Haanappel. Voor: George Cornelisse, Aad vd Sande, Bep vd Huls, Nico Teppema, Herman Heinrich en Jan Vloemans.

Het Paaschtoernooi op 30 maart 1937.

De inzegening van het nieuwe terrein in 1939 door Deken van Heeswijk.

1939-1949

De oorlog

De openingsdag werd echter ook overschaduwd door de dreiging van de naderende oorlog want op dezelfde dag werden alle verloven ingetrokken. Toen was dit nog een loos alarm. De Leonidas-elftallen hadden dat seizoen nog alleen uitwedstrijden gespeeld. Maar een week na de opening waaide door een noordwesterstorm de pas opgebouwde overdekte tribune in elkaar. Mede door de strenge winter werden pas eind maart de eerste thuiswedstrijden gespeeld. In begin mei was een aantal leden nog bezig geweest met het planten van jonge boompjes rond de velden toen op 10 mei de wereldoorlog ook Nederland overspoelde. Op 14 mei werd Rotterdam gebombardeerd. De binnenstad – het hart van Rotterdam – werd geheel verwoest. Gezien de omvang van de catastrofe was het aantal Leonidassers dat hierbij het leven liet wonderwel klein. Ook het terrein was onbeschadigd maar werd spoedig na de bezetting in gebruik genomen door de Duitse Wehrmacht. Het veld mocht nog wel voor training worden gebruikt maar niet voor wedstrijden. Successievelijk verdween de gehele entourage. De pas geplante boompjes dienden voor camouflage van de Duitse vrachtauto’s. Deze zware wagens vernielden de nieuwe grasmat en de drainering. Een van de twee kleedlokalen diende voor wachtpost, het ander later voor gevangenis. In de volgende strenge winter werden de zitbanken van de overdekte tribune als brandhout gebruikt. In een periode dat het terrein niet bezet was brandde een van de kleedlokalen af. Het andere lokaal en de rest van de tribune verdwenen in de hongerwinter in de kachels van de bewoners van de Nesserdijk. In 1944 werden de velden volgeplant met boomstammen tegen landingen van gliders, maar ook deze waren bij de bevrijding verdwenen evenals de omrastering van de tennisbaan

Degraderen onmogelijk

Dankzij de sportstichting kreeg Leonidas twee velden toegewezen aan het Schiekanaal achter Xerxes. Hier speelde de club tijdens de oorlog haar wedstrijden. Gezellig was het er niet: twee kale velden op 500 meter van de kleedlokalen, zonder enig gerief en met achter beide doelen een brede sloot, vormden een armetierig geheel. Maar gezien het tekort aan sportvelden in Rotterdam mocht men blij zijn over eigen velden te kunnen beschikken. In juli 1940 kwam de fusie van de RKF met de NVB tot stand en Leonidas werd ingedeeld in de derde klas. De samenstelling van de juniorelftallen leverde nogal eens moeilijkheden op door de zeer wisselende schooltijden. Later kreeg men ook met de seniorwedstrijden last omdat spelers soms plotseling niet meer beschikbaar waren. Veel zorgen hoefde de club zich echter niet te maken want degraderen was onmogelijk. Voor het eerste elftal was het maar gelukkig want van het begin af verkeerde dit elftal in de lagere regionen.Toch wist het op een enkele uitzondering na de laatste plaats steeds te vermijden.

Voorzitter Van der Mijn reikt de versierselen van het erevoorzittersschap uit aan Piet Lap.

Rooms-Katholieke verenigingen verboden

In de loop van 1940 gaven de oudere bestuursleden hun taak geheel over aan jongere krachten. Plannen werden er genoeg gemaakt maar zij waren door de nood der tijden zelden uitvoerbaar. Het was ook niet prettig werken zolang de dreiging van deportatie naar Duitsland voortdurend boven het hoofd hing. Zij slaagden er in om een eigen clublokaal in te richten in de zolderkamers van het Walenburgerhof. Dit werd de TOF-sociëteit genoemd. Door een uitgaansverbod kon er echter niet lang van worden geprofiteerd. In 1941 scheen het einde van Leonidas nabij. Een verordening verbood alle Rooms-Katholieke sportverenigingen. Nu bleek het grote belang van de fusie van de voetbalbonden want de NVS, die al haar competities in het Zuiden bedreigd zag, slaagde er in het verbod voor de Rooms-Katholieke voetbalverenigingen opgeheven te krijgen. Dit geschiedde zo snel dat een groot deel van de leden het nauwelijks heeft geweten. Na Dolle Dinsdag stond het verenigingsleven geheel stil. Gevoetbald werd er niet meer en in de volgende winter had iedereen zoveel met zichzelf te stellen dat er voor iets anders niets meer overbleef. Een aantal leden was slachtoffer van de razzia’s en werd naar Duitsland gevoerd. Anderen waren ondergedoken of naar elders vertrokken. Het ging er alleen nog om het vege lijf te redden en dat is allen gelukt. Slachtoffers van het laatste oorlogsjaar had Leonidas niet te betreuren.

Het eerste elftal in 1949. Achter: M. Hoogensteger (trainer), M. van Helden, Jan de Koning, H. Evers, Jos de Koning, Th. Kreyns (voorzitter). Midden: H. Heinrich, P. Haanappel, G. Reumer. Voor: A. vd Sande, C. de Jong, J. vd Hulst, J. Putter, H. Tabbers.

Een grote aanwas van junioren

Aad van der Mijn had in 1939 het voorzitterschap overgenomen van Piet Lap en wist daarmee een uiterst zware last op zijn jeugdige schouders. Een leider als Lap op te volgen was al niet gemakkelijk en dan zag hij zich ook nog geplaatst voor de zeer grote moeilijkheden die door de bezetting werden veroorzaakt. Het was een geweldige prestatie dat hij gedurende de gehele oorlog op zijn post is gebleven. We vermeldden reeds de enorme aanwas van de juniorafdeling die mogelijk was doordat andere jeugdorganisaties, zoals de verkennerij, verboden werden. Het was aan de activiteit van de juniorcommissie te danken dat deze mogelijkheid ten volle werd benut. Behalve de uitgave van een eigen juniorblad waren het de jaarlijkse uitstapjes, de oudejaarsmiddagen en de Pinkstertoernooien die Leonidas voor zo velen aantrekkelijk maakte. Van de NSB had Leonidas weinig last. Niet meer dan één lid bleek er toe te behoren en hem werd het leven zo zuur gemaakt dat hij reeds spoedig verdween. Zuivering was dus niet nodig. Dankzij de vooruitziende blik van een van de bestuursleden was reeds in 1940 een klein voorraadje aan ballen ingeslagen en hiermee kon, zij het met uiterste zuinigheid, het einde van de oorlog worden bereikt. Groter was de moeilijkheid om aan voetbalschoenen te komen en met het vorderen van de oorlog werden de noodkreten om deze onmisbare attributen steeds dringerder. Tenslotte was het soms nodig dat dezelfde schoenen in twee opeenvolgende wedstrijden werden gebruikt. Ook in de eerste maanden na de bevrijding moest men zich op deze wijze behelpen.

Laag Zestienhoven

Leonidas kreeg het veld aan het Toepad weer toegewezen, maar de drinkwaterleiding nam al direct voor uitbreiding van haar reservoirs een stuk van het vroegere hoofdveld af. Daarom werd het bijveld verbreed en met veel moeite bespeelbaar gemaakt. Op de cementvlakte van de vroegere tennisbaan verrees een stenen kleedlokaal en daarmee schenen alle moeilijkheden opgelost. Aan de toegangsweg verscheen weer het bordje ‘Leonidaslaan’ maar na korte tijd verdween de gehele weg en liep de toegang tot het veld over het terrein van de Marinierskazerne, die op het allereerste veld aan het Toepad was gebouwd. Het moet gezegd worden dat Leonidas van de commandant van de Mariniers alle medewerking kreeg. Zelfs mocht de club van een lokaal in de kazerne gebruik maken voor het verkleden en wassen toen er in de eigen keet geen water was. Het eerste elftal mocht, zolang het hoofdveld nog niet geschikt  was, gebruik maken van het terrein van Excelsior op Woudestein. Het intensieve gebruik van de velden aan het Toepad maakte dat ze spoedig weer onbruikbaar werden. Zo was men er niet bepaald rouwig om toen de Marinierskazerne er een oog op wierp voor uitbreiding van het exercitieterrein. In afwachting van de toewijzing van een eigen veld werd Leonidas ondergebracht op het sportveldencomplex aan Laag Zestienhoven.

Geen fusie met Aeolus

Zo zag de bevrijding een Leonidas dat onverzwakt door de moeilijke oorlogsjaren was heen gekomen en het behoeft nauwlijks betoog dat de algemene vergadering van 1945 het bestuursbeleid van de voorafgaande jaren unaniem goedkeurde. Theo Kreijns, in 1939 lid geworden, had in 1944 de functie van vice-voorzitter op zich genomen. In de overtuiging dat deze beter dan hijzelf Leonidas verder kon leiden was Aad van der Mijn spontaan bereid afstand te doen van het voorzitterschap waarna Theo Kreijns als zodanig werd gekozen. Alle leden die door deportatie of onderduiken waren verdwenen keerden terug. Dankzij de aanwas van de juniorafdeling kon een behoorlijk aantal elftallen worden geformeerd. Een zeer geslaagde feestavond in de Rivierahal, juist voor de geldzuivering, bracht tevens de geldmiddelen op een beter peil zodat de toekomst optimistisch tegemoet kon worden gezien. Het leek in het belang van de katholieke sport in Rotterdam, wanneer de beide middenstandsvoetbalverenigingen een fusie zouden aangaan. Op initiatief van Rector van Hussen was reeds in 1939 een dergelijke bespreking tussen delegaties van beide besturen door Aeolus afgewezen. Evenals toen was Leonidas bereid om op voet van gelijkheid te onderhandelen. Beide besturen legden de algemene vergaderingen, die gelijktijdig en in hetzelfde gebouw werden gehouden, een voorstel voor om tot fusie over te gaan. Leonidas nam het voorstel met een vrij grote meerderheid aan, maar omdat de leden van Aeolus zich tegen een fusie keerden ging deze niet door.

Verslag via de mobilofoon

Leonidas kon zich echter onverzwakt handhaven. Het leden- en het juniortal namen steeds toe zodat ten tijde van het 40-jarig bestaan 9 senior- en 7 juniorelftallen in het veld konden worden gebracht. De technische prestaties hielden echter geen tred met het aantal leden. Diverse malen dreigde degradatie. Zo moest in 1949 een gestaakte wedstrijd worden uitgespeeld. Er mocht geen publiek bij aanwezig zijn. Om de leden toch op de hoogte te houden van het verloop werd vanuit een buiten het veld gestationeerde taxi met mobilofooninstallatie een ooggetuigenverslag gezonden naar het clublokaal. Het verslag kwam helaas niet al te best door maar de uitslag wel. Onder grote spanning verliep het kwartier voetbal zonder doelpunten en daarmee was het behoud in de derde klasse een feit.

Aad van der Mijn doet op 22 mei 1949 via de mobilofoon verslag van het laatste kwartier van DHS-Leonidas, dat zonder publiek moest worden gespeeld.

1949-1959        

Het begin van Kamp Ahoy

De vijftiger jaren vormden voor Leonidas een betrekkelijk rustige periode. Een aantal opmerkelijke zaken is echter toch wel te noemen. Zo werd er hard gewerkt aan het opzetten van een aspirantenafdeling, die allengs groeide. De zeer bekende, door Piet Lap gegeven vooroorlogse woensdagmiddagtrainingen werden in ere hersteld met Pierre Haanappel als enthousiast trainer. Er was nog geen aspirantencompetitie maar er werden wel wedstrijden gespeeld, vooral tegen schoolelftallen. Een andere traditie werd ook in ere hersteld want aan de vakantieweken in Dongen werd een nieuwe vorm gegeven. De eerste kampweek voor junioren werd gehouden in gebouw De Singel in Oosterhout, maar in 1954 opende het door Piet Lap opgezette Kamphuis Ahoy zijn deuren. Het Leonidas Pinkstertoernooi voor junioren, waarin werd gespeeld om de FOKA wisselbeker, had grote bekendheid en bekende clubs als Spartaan’20, TSC, Neptunus, Wilhelmus en Excelsior namen hieraan deel. De prestaties van het eerste elftal bleven wisselen, maar er was geen sprake van degradatie of promotie: Leonidas bleef de derde klasse trouw. Weinig spectaculairs valt hierover te vertellen of het moet de speciale avondtraining zijn die in het leven werd geroepen in het seizoen 1952-1953 om het degradatiespook af te weren. Dit lukte!

Het eerste Leonidaskamp in Oosterhout. Toen nog gehouden in gebouw De Singel. Al snel daarna werd begonnen met de bouw van Kamphuis Ahoy

Clublied

In 1953 kreeg Leonidas prachtige velden toegewezen aan de Gordelweg met een overdekte tribune, een scoringsbord en kleedkamers met warme douches. Hier bloeide langzamerhand de oude Leonidassfeer weer op. Fons Lap componeerde op de wijze van Het Bronsgroen Eikenhout een lied dat uiteindelijk het nieuwe Leonidas clublied zou worden: “aan de rand van Rotterdam, langs het Schiekanaal ….” . In april 1950 lukte het weer een begin te maken aan een regelmatig uitkomend clubblad. In deze jaren werden de voetbalgemoederen flink bezig gehouden met discussies over het wel of niet invoeren van professioneel voetbal in Nederland. Ondanks veel tegenstand werd dit uiteindelijk in 1955 toch een feit. Het 45-jarig bestaan van Leonidas werd op ingetogen wijze gevierd. Reeds toen gingen de gedachten al uit naar een grootse viering van het 50-jarig bestaan en men vond het beter de krachten en de gelden hiervoor te sparen. Geschiedenis werd geschreven met het prachtige zangfestijn in Palace waaraan een grote groep junioren deelnam. In 1955 besloot het bestuur om ieder lid naast de contributie een extra rekening te sturen van 5 gulden. De bedoeling was om dit gedurende 5 jaar te doen zodat elk lid in oktober 1959 een bedrag van 25 gulden bijeen had gespaard. Dan zouden immers de grote festiviteiten plaatsvinden. In 1958 kwam door een noodlottig ongeval in Spanje voorzitter Theo Kreijns om het leven. Hij was een belangrijke schakel geweest bij de opbouw van het naoorlogse Leonidas en had bovendien nog eens veel werk verzet in de voorbereiding van het 50-jarig bestaan van de vereniging. Zijn overlijden schokte heel Leonidas. Opnieuw was het Aad van der Mijn die de voorzittershamer overnam.

Het bestuur in 1959. Zittend: J. Bruikman, Kapelaan E. van Diepen, A. van der mijn, I. Albers, J. Vossen. Staand: L. Tempelaars, L. Altink, H. Hooft, C. de Jong

Het tweede elftal dat in 1953 kampioen werd. Achter: hr. Brans, Schuurman, Ham, van Trommelen, Nol Kok, Pierre Haanappel, Jan Klarenbeek, Frans van Muyden. Voor: Wil de Jong, Vermeulen, Fons Lap, Ton Borremans, Wil Reijnders.

Jubileum

De hier al genoemde viering van het 50-jarig bestaan is een geweldige belevenis geweest. Het was niet alleen een feest voor de voetbalvereniging maar evenzeer een feest voor katholiek Rotterdam. We noteren de vrolijke oudejaarsviering in de Beatrixzaal van het Groothandelsgebouw, de herdenkingsbijeenkomst op de RK begraafplaats Crooswijk (waar Theo Kreijns begraven lag), de grote reünie waar uit alle delen van het land oudleden van Leonidas naar toe kwamen, de pontificale Heilige Mis die werd opgedragen door de bisschop van Rotterdam in de Kathedrale Kerk aan de Westzeedijk, een feestontbijt en een feestvergadering met alle Leonidas-notabelen en diverse eregasten, de door een recordaantal toeschouwers (inclusief de bisschop en de burgemeester) bijgewoonde competitiewedstrijd tegen VOC (die met 1-0 werd gewonnen), de officiële receptie, het juniorenfestijn in de al eerder genoemde Beatrixzaal waar maar liefst 350 junioren aan deelnamen en tenslotte natuurlijk de geweldige feestavond in vier zalen van het Groothandelsgebouw, waar niet alleen de Dutch Swing College Band en de Marinierskapel maar ook nog eens in die tijd populaire artiesten als Thom Kelling en Toby Rix optraden. Deze feestavond werd maar liefst door 850 mensen bezocht. Ter afsluiting werden allen die aan de voorbereiding van deze viering hadden meegewerkt nog eens door het bestuur vergast op een feestelijke bedankavond, die als “kliekjesavond” herinnerd zou worden.

Het C1-elftal in 1954. Achter: Jan Vermoolen, Leo de Lange, Nico Spronk, Walter de Neve, Tonny Kaandorp, Joep Ponsioen, Voor: Jan Goud, Piet Lap, Peter Gaerthé, Harry de Breet, Paul vd Berg.

Het zesde elftal in 1959. Achter: J. Deelen, L. van Gent, P. Lansbergen, K. vd Berg, L. Bax, J. Ruts. Voor: A. Bronmans, E. Casteleyns, A. Kok, D. Bronmans, L. Lap.

Deelnemers aan een woensdagmiddagtraining in 1953

1959-1969 

Een gloednieuw complex

In 1960 verscheen het eerste weekbericht. Diverse acties werden in die periode in gang gezet om de vereniging financieel sterker te maken. Zo was er een donateursactie en een glazenactie en werd er tevens een “zilveren club” opgericht: wie 25 jaar lid was had het recht tot deze club toe te treden. Het begin van de zestiger jaren stond verder vrijwel geheel in het teken van de verhuizing naar het Erasmuspad in Schiebroek. Het gehele terrein, dus zowel de velden als de kleedkamers en het clubgebouw werden nieuw opgeleverd. Er was een sterk bemande bouwcommissie, waarvan onder andere de heren Albers, Hof en Nijman deel uitmaakten, die uitstekend kon samenwerken met vertegenwoordigers van de gemeente Rotterdam. Daardoor slaagden zij er in om een voor die tijd zeer moderne en veelbelovende accommodatie neer te zetten. Op 24 oktober 1962 werd de eerste paal geslagen door de toenmalige wethouder van sport Roel Langerak. Acht maanden later werd de eerste steen gelegd door ere-voorzitter Piet Lap en op 4 september 1964 werd door wethouder GZ de Vos het complex geopend. Door de aantrekkingskracht die er van de nieuwe behuizing uitging vond er een enorme toeloop van leden plaats. Al na twee maanden moest er een ledenstop worden ingevoerd omdat het organisatorisch niet bij te benen was.

De maquette van de nieuwe kantine

De eerste promotie

Ter nagedachtenis aan de zo populaire voorzitter werd het Theo Kreijns Toernooi ingesteld waaraan de eerste elftallen van vele bekende clubs deelnamen. In 1961 behaalde het eerste elftal na 32 jaar eindelijk weer een kampioenschap onder leiding van trainer Confurius. Het betekende in feite de eerste promotie in de geschiedenis van de club. Een officiële degradatie was er trouwens ook nog nooit geweest. Wel waren er in de beginjaren wat wisselingen van klasse maar dat kwam alleen door aansluiting bij een andere voetbalbond. Het was dus wel een heel bijzonder feit dat Leonidas, een trouwe derdeklasser, naar de tweede klasse promoveerde. Het jaar daarop handhaafde het elftal zich maar in 1963 nam Leonidas toch weer plaats in de zo bekende derde klasse. In datzelfde jaar werd Harry Dekker de nieuwe voorzitter. Twee jaar later nam George (GZ) de Vos de voorzittershamer van hem over. Zijn eerste jaar werd bekroond met een nieuw kampioenschap van het eerste elftal en dus weer promotie naar de tweede klasse.

Na afloop van de kampioenswedstrijd

De invalidensportdag en heel veel andere activiteiten

In 1965 werd de sluimerende honkbalafdeling weer actief. Twee jaar later fuseerde de afdeling met BHC en de naam van de nieuwe club laat zich raden: BHC-Leonidas. Eveneens in 1965 werd een invalidensportdag georganiseerd. Hiertoe was een aanvraag gekomen van de Lion’s Club en veel mensen uit de bouwcommissie namen ook hiervan de organisatie op zich. De dag werd een groot succes niet in het minst door het enthousiasme van de vele deelnemers. Voor het onderdeel zwemmen was op het gravelveld een zwembad gemaakt van 15 bij 5 meter en om het water warm te houden was een ingenieus systeem bedacht. Het grote clubgebouw, het grote aantal kleedkamers en het enthousiasme van de vele leden, die het op het nieuwe complex zeer naar hun zin hadden, stonden aan de basis van vele feestavonden en andere feestelijke activiteiten. Elk seizoen waren er wel twee bier- of wijnavonden waarbij gebruik werd gemaakt van alle ruimten die er waren. Traditioneel zorgde het  Beneluxkwintet met Astrid Norma voor de muzikale omlijsting. In 1968 werd met groot succes om 01.00 uur ’s nachts een nieuwjaarsinstuif gehouden. Een jaar later werd met diverse feestelijkheden het 60-jarig bestaan gevierd. Er was onder andere een wedstrijd tegen de oud-internationals. In latere jaren waren er de carnavalsavonden van De Padhappers die een grote organisatie vereisten maar daardoor ook altijd een groot succes waren. Andere alternatieve activiteiten die plaatsvonden waren een biljartcompetitie, een visconcours, bridge-drives, een bridge-cursus en een autorally. Natuurlijk waren er ook activiteiten op voetbalgebied: vele toernooien en diverse voetbaltrips naar Engeland en België.

Het kampioenselftal van 1961 met begeleiding. Achter: Frans van Os, Jan Goud, Arie Lutgerink. Midden: Han Tabbers, Wally Laurense, Piet Confurius, Joop Putter, Theo van Rooyen, Thom Wanders, Bram Panman, Henk de Goort, Ab van de Watering. Voor: Ferry Weterings, Joop Maaten, Koos van Munster, René Hagenaars, Benny Asselman, Ton Maissan

Op de foto tijdens de reünie van 1959

1969-1979       

Het Bolleboffentoernooi

In 1969 begon Leen Brandel met de oudpapier-actie die als OPA een geweldige vlucht zou nemen. Wekelijkse humoristische verslaggeving in het weekbericht en zeer veel inzet van een trouwe groep Leonidassers zorgden voor een dusdanige toevloed van oud papier dat met de opbrengsten hiervan diverse materiële problemen konden worden opgelost, zoals een geluidsinstallatie, een nieuw toegangshek en geisers in de kleedkamers. In 1971 kon met steun van OPA maar vooral ook door een daartoe gehouden enveloppen-actie een lichtinstallatie worden neergezet op het derde veld. In 1973 bereikte OPA een mijlpaal doordat er in vier jaar tijd 500.000 kilo oud papier was ingezameld. Ook de toto- en lotto-opbrengsten waarvoor een speciale commissie onder wie Henk Laurens veel werk verrichtte, waren een goede bron van inkomsten. Het jaar 1975 kenmerkte zich door de recordsnelheid waarmee het eerste elftal degradeerde naar de derde klasse, maar ook door de grote Bolleboffenfinale op het Erasmuspad. Het Bolleboffentoernooi was een door het Rotterdams Nieuwsblad opgezet toernooi voor de hoogste pupillen-elftallen dat enkele jaren lang een grote bekendheid genoot. De finale was altijd een geweldig feest omdat het voetballen omlijst was met allerlei andere activiteiten. Toen de finale bij Leonidas werd gespeeld was er onder andere een motorvoetbalwedstrijd op het eerste veld. Het toernooi handhaafde zich enkele jaren en tweemaal bereikte het Leonidas pupillenteam, eenmaal onder leiding van Tinus Bosselaar, de finale.

Leonidas C1 is kampioen na een 3-2 overwinning bij RFC. Achter: Tinus Bosselaar sr, Jeroen van Unen, Frank de Kruif, Jan de Koster, Frank Hamers, …. , Aad Fontein, Frank Landzaat, de scheidsrechter, Chiel Kevenaar. Voor: R. van Son, René Derksen, Tinus Bosselaar jr, Edwin Thomassen, Jury Bos, Bart Meily

Brand in het clubgebouw

In 1976 werd het complex getroffen door een brand. Terwijl de Leonidasjeugd zich in groten getale vermaakte in Kamphuis Ahoy in Oosterhout, werden de verzorgingsruimte, de bestuurskamer en de keuken in de as gelegd. Ouderen zullen zich het beroemde doorgeefluik tussen de bestuurskamer en de keuken nog wel herinneren waar heel wat borrels doorheen zijn gegaan. Nadat eerst een provisorische oplossing was gevonden, werden op het zwartgeblakerde gebied een nieuwe keuken en een nieuwe verzorgingsruimte neergezet. In een speciaal hiervoor bijeengekomen algemene ledenvergadering werd besloten om een nieuwe vergaderruimte in de kantine te bouwen (er waren grootse plannen maar de meeste werden te duur bevonden) en in het najaar werd hiermee begonnen. De bouw van deze vergaderruimte werd in zijn geheel door eigen leden gerealiseerd. Vervolgens werd een grote loterij gestart met de bedoeling om 25.000 loten te verkopen voor 1 gulden per stuk. Een nieuwe tegelvloer in de kantine was enige tijd later het mooie resultaat van deze actie.

Van de bestuurskamer was niets meer over

De eigen leden bouwden een nieuwe bestuurskamer

Kampioen en de Grote Clubactie

In 1978 werd het eerste elftal weer kampioen evenals trouwens het tweede elftal. Voorzitter George de Vos gaf de voorzittershamer over aan Henk Peinemann. Er was inmiddels een nieuwe verwarming aangelegd in het clubgebouw en het feit dat Han Tabbers 25 jaar wedstrijdsecretaris was werd op officiële wijze gevierd. De Oud Papier Actie stopte maar een nieuwe manier om de kas te spekken werd gevonden in De Grote Clubactie. De actie leverde in het eerste jaar 4725 gulden op. Het vijfde jaar van de actie gaf een recordopbrengst van 8500 gulden te zien en als beloning mochten Jan ter Heerdt en Sophie Schrage een rondvlucht boven Rotterdam maken.

Leonidas kampioen van de derde klasse. Achter: Joris Hoogvliet, Fokke de Jong, Ton Wouters, Ab vd Broek, Jan de Koster, Jan van Egmond, Rob Claassen, Alphons Thijssen, Jos Roestenburg, Eef Zondervan. Voor: Joop Bouwens, Gerard Bergers, Rob Bergers, Han Laan, Peter van Zundert, Ton Gilbers, Martin Roestenburg.

Het eerste mixed-toernooi

Het jaar 1979 stond vrijwel volledig in het teken van het 70-jarig bestaan. Van de vele activiteiten noemen we de prestatieloop, de fietsenrally voor junioren, de autorally, de jubileumwedstrijd tegen het C-elftal van Feyenoord, de grote jubileumavond, de reünie en het eerste blauwwitte mannendiner. Speciale vermelding verdient het eerste mixed-toernooi dat werd gehouden aan het begin van het seizoen. Alle spelende Leonidassers werden, aangevuld met de nieuwe leden, in ploegen ingedeeld en speelden zo het toernooi. In elke ploeg waren alle seniorenelftallen vertegenwoordigd van het eerste tot en met het twaalfde elftal. Evenals de prestatieloop werd het mixed-toernooi in de jaren erna enige tijd met veel succes geprolongeerd.

Eén van de vele mixed-toernooi elftallen. Achter: Ton Wouters, Hans Kroes, Peter Booms, Cas in ’t Veld, Nico van Eck, Joop Bouwens. Voor: Cees Lusse, Rob Kemperman, … , Ruud Dekker, Alfons Hijzen

Een illuster gezelschap tijdens het eerste Blauw-witte Mannen Diner in 1979

1979-1989

Een damesafdeling en een zaterdagafdeling erbij

De periode die volgde kenmerkte zich door een groot aantal activiteiten in het kader van de traditie die Leonidas vanaf het begin van het bestaan heeft gekenmerkt. We noteren de reeds genoemde mixed-toernooien en de prestatielopen, maar ook de carnavals- en speldjesavonden en diverse spontane acties die voortkwamen uit de gezellige zaterdag- en zondagmiddagen. Het voetballen verliep zonder al te veel tegenslagen, de vereniging kende nog altijd een groot aantal elftallen bij de senioren zowel als bij de junioren. In 1982 kwam er een damesafdeling bij die zich enkele jaren zou handhaven. In datzelfde jaar werd het eerste elftal bijna kampioen. Het verloor de laatste wedstrijd met 1-0 van ODS in Dordrecht, hoewel aangemoedigd door een grote supportersschare die met bussen was aangevoerd. Een jaar later overleed Piet Lap op ..-jarige leeftijd na een welbesteed leven, waarin hij heel veel voor Leonidas had gedaan en betekend. In 1984 kwam een groot aantal voetballers van NRC-Ommoord naar Leonidas en dit was het begin van de zaterdagafdeling, die later verder zou uitgroeien.

Het eerste damesteam in 1982. Achter: Anja vd Berg, Yvonne Oudenallen (?), Letta van Hoorn, Eline Verhey, Diane Snel (?), Bianca van Loon, Martin Wagemans. Voor: Colinda Deltenre, Lammie Wagemans, Jacqueline Verschuren, Erica vd Gaag.

Een gouden periode

Het 75-jarig bestaan werd opnieuw met verve gevierd. Enkele onderdelen van de vorige viering werden met succes herhaald en de geheel door eigen leden verzorgde cabaret- en feestavond was een waar hoogtepunt. Aan het mixed-toernooi deden zowel de zondag- als de zaterdagvoetballers mee evenals de dames. Ter gelegenheid van dit jubileum werd een veteranenkamp in Kamphuis Ahoy georganiseerd dat in diverse jaren erna een vervolg zou krijgen. De periode tussen het 50- en 75-jarig bestaan zou met enig gevoel voor passie wel een gouden periode kunnen worden genoemd. Ondanks de strubbelingen die er altijd zijn en ondanks de wisselende prestaties van het eerste elftal zagen we een grote vereniging met veel actieve leden, enthousiaste voetballeiders en –trainers, een gevarieerd aanbod aan amusement en sterke nevenactiviteiten.

Een zaterdagafdeling erbij. Achter: Joop Timmermans, Martin Cooyman, Rob Gilbers, Ferard Babacan, Joop van Zon, Perry de Wilt, René Middelkoop, Erik Middelkoop, Jan den Ouden, Marien van den Berg, Cees Esseboom. Voor: Paul Blanc, Dick Kalkman, Ron Scheepbouwer, Candidar Cumborg, Mahir Kum, Koos Kramer, Fred Scheepbouwer, Leen Hardon.

Onkostenvergoedingen

De periode die hierop volgde zou bepalend worden voor de verdere toekomst van Leonidas. De vereniging kon niet ontkomen aan het beeld van de tijd waarin de maatschappij individualiseerde en het langzamerhand moeilijker werd om vrijwilligers te vinden voor de vele activiteiten zowel op voetbal- als op recreatief gebied. Hierdoor kwamen er problemen in de organisatie zonder veel alternatieven. De aanwas van nieuwe leden stokte onder andere doordat men vaker koos voor andere vormen van vrijetijdsbesteding. Een kwestie die langzamerhand veel discussie gaf en onder andere leidde tot het vertrek van diverse rasechte Leonidassers was het al of niet geven van onkostenvergoedingen aan selectiespelers. Deze vergoedingen zouden in eerste instantie gekoppeld zijn aan een puntensysteem. Daarnaast waren er de sterk groeiende vaste lasten waaronder de huur en het onderhoud van de terreinen, het clubgebouw en de kleedkamers. Het was duidelijk dat in de jaren ervoor weinig geld was gereserveerd om het noodzakelijke onderhoud te kunnen plegen. Daarnaast werden ook alle verzekeringspremies fors verhoogd. De algemene ledenvergadering van 1988 was rumoerig. In het spoor van de inmiddels opgestapte voorzitter Henk Peinemann trad het voltallige bestuur af. Er werd een nieuw bestuur gevormd waarin onder andere Geert Hof zitting nam. Henk Peinemann bleef op hun verzoek aan als voorzitter. Het was natuurlijk niet alleen Leonidas dat problemen ondervond door de veranderende maatschappij en de steeds hogere vaste lasten waaraan niet te ontkomen viel. Ook andere verenigingen hadden hiermee te maken en er kwamen initiatieven tot samenwerking en zelfs voorstellen om te fuseren. Onder andere stuurde Xerxes naar alle verenigingen een brief met .. Nog aanvullen

De Gouden Snor als sponsor in 1987. Achter: Jan Schomaker, Joop Zijlaard, Rob Gilbers, Jan Verrmulm, Jeroen van Houten, René Bakker, Paul van Eyk, Jan van Steenbergen, Henk Stedehouder, Bart Kreft, Fred de Neef, Fons Lap. Voor: Ben den Haan, Henk Cordia, pupil van de week, John Klapwijk, Arthur van Schaik, Eric Reumer, Ed van Beuningen

Buitenlandse reizen

Ondanks alle perikelen op organisatorisch gebied gingen de “gewone” zaken natuurlijk door. Er was bijna jaarlijks een feestavond en naast de vele juniortoernooien werd in 1986 een zonovergoten jeugddag gehouden met veel activiteiten waaronder een wedstrijd tussen een leiderselftal en een team van Radio Veronica. Jacques Herb deed mee en tijdens het feest na afloop werd volmondig meegezonden met zijn hit “Manuela”. Een jaar later werd een rookverbod ingesteld in de kleedkamers. In 1988 was er een historische degradatie van het eerste elftal. Nooit eerder speelde Leonidas in de vierde klasse! Tweemaal werd een zeer geslaagde trip naar Hongarije georganiseerd waar een heel diverse groep Leonidassers aan deelnam. Voor een retourbezoek van de Hongaren werd het toenmalige gravelveld in een caravanpark omgetoverd.

Ondanks een afnemend aantal jeugdleden werden er voor de junioren reizen georganiseerd naar Kassel en Barcelona. De Sinterklaasmiddagen waren altijd zeer geslaagd en in de winter was er voor de pupillen en de junioren de onderlinge zaalvoetbalcompetitie in de gymzaal aan de Donkersingel. Er waren altijd nog de feestavonden en op Koninginnedag was er al snel de traditie van het lagere elftallentoernooi waar de familie Van den Berg zich hard en met succes voor inzette.

De Hongarije-gangers in het NEP-stadion

Jacques Herb zingt “Manuela” tijdens de jeugddag van 1989. Hans Hollander begeleidt hem en vertelt dat hij het singletje de dag ervoor nog voor een kwartje bij Ter Meulen had gekocht

1989-1999

Een historische promotie

De al genoemde degradatie naar de vierde klasse was aanleiding en reden om de pijlen te gaan richten op een betere toekomst van Leonidas als voetbalvereniging. Spelers van andere clubs werden gezocht en gevonden om het eerste elftal te versterken en trainers van naam werden aangetrokken. Nadat in de eerste twee jaren van de vierde klasse eerst Schiebroek en later VOC Leonidas op het laatste moment hadden afgetroefd, was het in 1991 zover dat Leonidas weer terugkwam in de derde klasse. Bart Kreft en Jan Vermulm waren in dat jaar belangrijke spelers voor Leonidas. In 1992 werd door het bestuur Bart Kreft benoemd als technisch directeur. De opdracht die hij meekreeg was duidelijk: Leonidas moest verder promoveren! Twee jaar later was het zover: de tweede klasse werd bereikt. Succes was er een aantal jaren later ook voor de zaterdagafdeling die, na flink wat jaren in toenmalige RVB en later in de vierde klasse te hebben gebivakkeerd, promoveerde naar de derde. In 1998 bereikte Leonidas voor het eerst in de geschiedenis de eerste klasse. Concurrent Sliedrecht werd op een zaterdagavond in een lichtwedstrijd met 3-1 verslagen waarna de historische promotie met een groots vuurwerk werd gevierd. De ambitie ging verder: Leonidas wilde op weg naar de hoofdklasse en eventueel de landelijke amateur topklasse die de KNVB van plan was in te stellen.

Kampioen van de 4e klasse in 1990. Achter: George Diesfeldt, Jeroen van Houten, George Hilkemeyer, Kris van Gorkom, Bart Kreft, Joop Bouwens, Willem Bosselaar, Rob Gilbers, Aad Snoek, Ed Molenaar, Fred de Neef, Jan van Steenbergen, Leen Admiraal. Voor: Arthur van Schaik, John Venix, Ruud van Wingerden, Dick vd Sande, Peter van Schöll, René Bakker, Henk Cordia, Edwin Stoopendaal, Jan Vermulm (liggend)

De vereniging wordt een stichting

De financiële problemen voor de vereniging stapelden zich in deze periode op en de geschiedenis herhaalde zich: net als in de jaren ’20 stonden leden op om de vereniging op financieel gebied te hulp te komen. Er kwam een flink bedrag op tafel waarmee de belangrijkste schulden konden worden voldaan. Het was uiteindelijk niet genoeg. Om de vereniging te redden werd onder leiding van Geert Hof een stichting opgericht om samen met diverse sponsors de toekomst van Leonidas veilig te stellen. In een rumoerige bijzondere algemene ledenvergadering droegen de leden de verenigingstaken over aan de stichting. Hans Koster, die in 1992  Henk Peinemann was opgevolgd als voorzitter van de vereniging, werd ook voorzitter van de Stichting Leonidas Facilitair. Het was een tijd waarin veel voetbalverenigingen besloten tot een fusie en waarin door de gemeente Rotterdam al plannen werden gemaakt voor een grote reorganisatie van de vele voetbalterreinen. Veel bekende voetbalverenigingen zouden hier het slachtoffer van worden.

Henk Peinemann overhandigt de jubileumcassette (Leonidas 90 jaar) aan Hans Koster tijdens het Grand Gala Diner Dansant in 1999

Afscheid

Deze algemene ledenvergadering zou de laatste zijn in de geschiedenis van Leonidas. Maar er moest meer afscheid worden genomen. Bijvoorbeeld van Kamp Ahoy: het aantal aanmeldingen vertoonde al lang een dalende trend. Dit werd niet alleen veroorzaakt door het fors verminderde ledental maar ook door een veranderde samenstelling van het jeugdledenbestand. Het laatste kamp werd gehouden in 1999. Maar er ontstonden nieuwe tradities, zoals de jaarlijkse fietstocht naar Ahoy om de herinnering in stand te houden. En de Hollander Masters Vijfen die zich elk jaar op de zaterdag voor Kerstmis afspelen op en rond het biljart. Ook hoefde er nog geen afscheid te worden genomen van de gezellige avonden: namen als de Afrikoko Festival Night, de Pina-colada Avond en het Romantisch Café zullen velen nog wel bekend in de oren klinken! Ook DJ Perry hoort genoemd te worden. Het 90-jarig bestaan van de vereniging werd onder andere gevierd met een Grand Gala Diner Dansant in Lommerrijk en er werd een mooie, fotorijke jubileumcassette uitgegeven. Toch was het een veranderd Leonidas dat het nieuwe millennium inging.

DJ Perry

Voor het eerst in de eerste klasse met trainer Leon Booy (derde van rechts)

1999-2009

Maatschappelijke veranderingen en de invloed op het voetbal

Zoals al eerder vermeld zijn deze veranderingen niet alleen Leonidas overkomen en geldt het meer een algemene tendens die zich in de komende jaren zou voortzetten. We hebben al de topklasse genoemd die door de voetbalbond zou worden ingesteld. Anno 2009 is deze nog altijd niet ingesteld omdat er veel verschillende belangen spelen. De topklasse is vooral bedoeld om de de scheiding tussen het betaalde en het amateurvoetbal minder te maken, een tendens die al enkele jaren speelt. De spelers in de hoogste klassen van het amateurvoetbal krijgen inmiddels in de meeste gevallen een fikse onkostenvergoeding en er heeft zich een circuit ontwikkeld waarin veel spelers de hoogte van deze vergoeding laten meespelen in hun besluit naar welke club zij het volgende seizoen heen zullen gaan. Voor hen is de band met de club niet zo belangrijk meer. Ook is er de tendens dat de betaald voetbal verenigingen steeds meer de amateurclubs aflopen om jeugdige talenten te lokken. Dat gebeurde vroeger natuurlijk ook maar er wordt steeds meer gevist in de vijver van het amateurvoetbal omdat de betaald voetbal verenigingen zelf hun talentvolle jeugd naar buitenlandse clubs zien verdwijnen. Een andere constatering is de verminderde belangstelling om naar de eerste elftallen te gaan kijken. Er is inmiddels enorm veel voetbal op de televisie te zien en dan is er in de grote steden nog eens de openstelling van de winkels in het centrum.

Allerlei redenen waarom steeds minder mensen op de zondagmiddag naar “hun cluppie” gaan: het langzamerhand verdwijnen van het verenigingsgevoel, de verminderde clubbinding van de eerste elftalspelers, de overvoering via het vele voetbal op de televisie en de grote belangstelling voor het zondagmiddag-winkelen.

De uitnodigingskaart voor het GZ de Vos Toernooi in 2006

Internet

Het weekbericht, dat sinds 1960 de verbinding vormde tussen de vereniging en de leden, verscheen in 2003 voor het laatst. In plaats hiervan deed Leonidasvoetbal.nl aarzelend zijn intrede op internet. In een aantal jaren groeide dit uit tot een volwassen site waarin goed gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die het internet biedt.

In 1999 won Leonidas de KNVB-districtsbeker door in de finale Deltasport met 3-1 te verslaan. Door die prestatie mocht Leonidas het jaar erop meedoen aan de eerste ronde van de Amstelcup. RKC Waalwijk was in deze poule uiteindelijk de sterkste en mocht door. In 2005 mocht Leonidas door het winnen van een periodetitel meedoen aan de nacompetitie voor promotie naar de hoofdklasse. Het bereikte zelfs de finale van deze nacompetitie maar verloor deze spraakmakende wedstrijd onder grote belangstelling in het Excelsiorstadion van Nieuwenhoorn. Nog altijd speelt Leonidas in de eerste klasse. Het is nu het elfde seizoen achtereen en daarmee is het momenteel de langstspelende club in deze klasse. In 2008 werd het eerste elftal van de zaterdagafdeling kampioen en promoveerde het naar de tweede klasse. Ondanks een goede seizoenstart konden zij zich het jaar daarop echter niet handhaven.

In 2009 werd het A1-elftal kampioen van de derde divisie

Jeugdopleiding

De tendens naar meer prestatiegericht voetbal werd, zoals gezegd, al in de jaren ’90 ingezet. Dit gold niet alleen voor het eerste elftal maar werd ook steeds meer de leidende gedachte bij de jeugdafdeling. Was er in de jaren ’90 op het eind nog een flinke daling in het aantal jeugdspelers, in de jaren erop trok dit, net als bij andere verenigingen, weer aan. Een groot deel van de nieuwkomers bestond uit jongens van niet autochtoon-Nederlandse afkomst. Waar tot enige tijd daarvoor nog de training van de jeugdafdeling in handen lag van een of twee jeugdtrainers, heeft momenteel bijna elk jeugdelftal een eigen trainer. De rol van de voorzitter van de juniorcommissie werd steeds meer de rol van jeugdcoördinator en dit laatste is inmiddels een echte functie geworden. Gestreefd werd naar een evenwichtige verdeling van de jeugdelftallen zodat in elke leeftijdsklasse (op de E- en F-spelers na) momenteel twee teams spelen. Behalve de prestatiegerichtheid heeft dit ook te maken met het gebrek aan veldruimte (er is immers ook de zaterdagafdeling) en de steeds moeilijker en duurder wordende taak om de grasvelden bespeelbaar te houden. De resultaten van de switch naar prestatiegericht voetbal in alle geledingen zijn de laatste jaren duidelijk. De jeugdelftallen spelen op hoog niveau en behalen goede resultaten. In 2009 werd het A1-elftal ongeslagen kampioen in –klasse–. De kwaliteit van de spelers was zo hoog dat zij werden ingezet in de laatste moeilijke wedstrijden van het eerste elftal om degradatie te voorkomen. Dit lukte waardoor het eersteklasserschap werd behouden. Een voor de vereniging minder prettig gevolg is wel dat een groot deel van deze goede spelers inmiddels door clubs uit het betaalde voetbal zijn overgenomen. Volgens technisch directeur Bart Kreft is de aantrekkingskracht van Leonidas momenteel echter zo groot dat er weer ruim voldoende nieuw talent is bijgekomen.

De finalisten voor de penaltybokaal in 2008: Sil Bonte, Johan van Boven, Bram Breimer,Tim de Rooij, Jordy de Jel, Tolunay Duran

Fuseren of verhuizen

Al eerder noemden we de plannen van de gemeente Rotterdam om flink te snijden in de vele voetbalterreinen. Samen met het feit dat veel clubs zich alleen konden handhaven door met elkaar te fuseren zorgde dit voor veel verschuivingen in de regio. In 1998 had de gemeente aan Leonidas al te kennen gegeven dat het terrein aan het Erasmuspad zou moeten worden verlaten omdat er woningen zouden worden gebouwd. Er waren veel nieuwbouwplannen in combinatie met het nieuwe trein- en tramstation Melanchthon. Er zijn sinds die tijd gesprekken geweest met Duyvestein en Schiebroek’94 maar om verschillende redenen hebben deze niet tot resultaten geleid. Leonidas blijft zelf het liefst waar het zit en inmiddels heeft de gemeente laten weten dat het voorlopig op het Erasmuspad mag blijven. Dit geeft echter geen zekerheid. Er zijn binnen de Stichting inmiddels plannen ontwikkeld om het verouderde complex flink te renoveren inclusief het aanleggen van meerdere kunstgrasvelden, maar men gaat dit vanzelfsprekend alleen uitvoeren als er een garantie is van een verblijf van minimaal 15 jaar op hetzelfde terrein.

De deelnemers aan de Nieuwjaarswedstrijd Leonidas- Shelbourne in 2009

Een open eind

Zo krijgt dit verhaal over de 100-jarige geschiedenis van Leonidas gelukkig een open eind. Het initiatief van enkele jongens in 1909 om een voetbalclub op te richten is het begin geweest van een lange periode waarin deze club goede en slechte tijden heeft gekend en waarin het accent wisselend op feesten en op voetballen heeft gelegen, hoewel er meestal toch sprake was van een goede combinatie. In die lange periode hebben de grote maatschappelijke veranderingen vanzelfsprekend hun weerslag gehad. Het is een club geworden waarvan vele duizenden met veel plezier lid zijn geweest en waar ontelbare vriendschappen voor het leven zijn ontstaan. We zullen zien wat de toekomst gaat brengen!

2009-2022

Het laatste stuk van deze geschiedschrijving uit 2009 klinkt optimistisch en lijkt een voorspel op een nog lang voortbestaan van onze roemruchte vereniging. We kunnen inmiddels concluderen dat het geheel anders is verlopen en dat 2022 het einde betekende van een lange historie. Hierover zullen we het later nog wel hebben!